Arbeidsmigranten zijn zeer diverse groep

0

Er bestaat niet één type arbeidsmigrant, wat soms wel gedacht wordt. In werkelijkheid is het een zeer divers samengestelde groep.

Dat blijkt uit het rapport Arbeidsmigratie in vieren, van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Volgens Erik Snel, onderzoeker van de Faculteit der Sociale Wetenschappen, bestaat het beeld van de laag opgeleide tijdelijke migrant die aan de onderkant van de arbeidsmarkt werkt. ‘Maar dat is niet altijd zo. Soms zijn arbeidsmigranten ook meer gesetteld en beter geschoold. De reden waarom mensen met een lokale universitaire opleiding hier in de tuinbouw werken, is omdat dat meer geld oplevert dan in het land van herkomst op eigen niveau.’

Vier typen arbeidsmigratie

De onderzoekers keken in hun studie specifiek naar arbeidsmigratie van Polen, Bulgaren en Roemenen. Volgens de onderzoekers zijn er vier typen arbeidsmigranten.

  1. Tijdelijke, circulaire migratie. Deze mensen onderhouden weinig contacten met Nederlanders, en werken vooral om het verdiende geld in het herkomstland te investeren. Het zijn vaak mensen die op wat latere leeftijd zijn gemigreerd en in het land van herkomst een partner en/of kinderen hebben.
  2. Transnationale of bi-nationale migratie. Dit patroon betreft migranten die relatief goed geworteld zijn in Nederland en tegelijkertijd sterke banden hebben met het thuisland. Deze migranten hebben naar verhouding veel contacten met Nederlanders (ze spreken ook Nederlands), maar onderhouden ook hun contacten met het herkomstland. Dit migratiepatroon zien we vooral bij hoogopgeleide respondenten.
  3. Vestigingsmigratie. Dit migratiepatroon zien we vooral bij hoger opgeleiden, die al langere tijd in Nederland zijn, en die tijdens het interview aangaven voor onbepaalde of langere tijd in Nederland te willen blijven. Zij zijn vaak werkzaam in relatief hogere beroepen.
  4. Footloose migratie. Dit migratiepatroon tekent zien af bij migranten die nog relatief kort in Nederland zijn. Zij zijn nog weinig geworteld in de Nederlandse samenleving en hebben een onzekere arbeidspositie. Zij hebben vooral, maar niet uitsluitend, een lage opleiding.

PVV-meldpunt

Onlangs opende de PVV een meldpunt voor overlast van MOE-landers. Gedoeld werd op overlast en verdringing op de arbeidsmarkt. Hoe terecht is dat meldpunt? ‘Op basis van ons onderzoek kunnen we daar niets over zeggen. In het algemeen is zo’n meldpunt wel tragisch vanwege de vele negatieve publiciteit. Als ik Hongaar of Roemeen zou zijn, zou ik het wel weten: ik zou naar Duitsland gaan waar het maatschappelijk klimaat minder vijandig is. Het gevaar voor Nederland is dat het zichzelf door alle negativiteit uit de markt prijst, terwijl deze arbeidsmigranten in sommige sectoren broodnodig zijn.’

Uitbuiting

Uitbuiting is ook een probleem, volgens Snel, en wel op drie gebieden:

  1. Bulgaren en Roemenen hebben (in tegenstelling tot Polen) een Tewerkstellingsvergunning of een werkvergunning nodig. Daarvoor moet een werkgever aantonen dat het werk niet door een Nederlander kan worden gedaan. Komt een Bulgaarse of Roemeense arbeidsmigrant zonder TWV naar Nederland, dan is men veroordeeld tot informele arbeid, wat hen kwetsbaar maakt voor uitbuiting.
  2. Men verdient weinig geld, soms minder dan het minimumloon. Soms moet men dan ook nog lange werkweken (van soms wel 60 uur) maken.
  3. Ondanks het lage loon, zijn arbeidsmigranten soms veel geld kwijt aan huisvesting. Dan woont men met 8 mensen in een bungalowhuisje, waarvoor men per persoon 80 euro per week moet betalen. Voor dat geld slapen ze dan met meerdere mensen in een kamer. Sommige mensen noemen dat een vorm van moderne slavernij.
Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.