Allochtonen vooruit op arbeidsmarkt

3

Allochtonen doen het steeds beter op de arbeidsmarkt. Dat blijkt uit onderzoek van Research voor Beleid.

Dit onderzoek in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wijst ook uit dat er nog enkele obstakels voor allochtonen zijn.

Inhaalslag
Een van de positieve elementen is dat steeds meer allochtonen werken, er is zelfs sprake van een inhaalslag. De werkloosheid laat een daling zien van 16 procent in 2005 naar 12 procent in 2010. Deze daling is sterker bij allochtonen dan bij autochtonen. Hoewel de economische crisis tot een tijdelijke terugval heeft geleid, is duidelijk dat het opleidingsniveau omhoog gaat, de arbeidsmarktdeelname stijgt, de werkloosheidscijfers dalen en de tweede generatie vaker in hogere functies werkt. Wel is er nog altijd een verschil in arbeidsparticipatie tussen autochtonen (69,9 procent) en allochtonen (55,2 procent).

Verklaring voor verschil
Volgens Research voor Beleid-onderzoeker Suzanne Bouma wordt dat verschil bepaald door een aantal factoren: ‘We hebben een onderscheid gemaakt in drie fasen: opvoeding en scholing, de instroom bij bedrijven en de doorstroom gedurende een carrière. Als we in de jeugd beginnen, zien we dat allochtone jongeren òf te weinig stimulans krijgen om hun best te doen, òf teveel. Taalvaardigheid is ook een probleem, al speelt dat beduidend minder bij tweede- en derdegeneratie allochtonen. Bij vluchtelingen is daarnaast vaak sprake van multi-problematiek.’
Een aantal oorzaken komt niet alleen in de jeugd voor, maar blijft gedurende het hele werkende leven bestaan: ‘Je ziet bijvoorbeeld dat ons onderwijssysteem is ingericht op competitie en proactiviteit, terwijl in andere culturen ontzag voor gezag en respect belangrijker zijn. Soms ontstaat er dan een probleem, bijvoorbeeld wanneer de bescheidenheid van allochtonen wordt geïnterpreteerd als desinteresse. Dat probleem loopt verder door wanneer mensen gaan solliciteren, omdat allochtonen minder gewend zijn zichzelf te verkopen. Ook bij doorstroom is het nodig om je eigen ambities kenbaar te maken.’

Discriminatie
Een van de belemmerende factoren die buiten allochtonen zelf liggen, is discriminatie op de arbeidsmarkt. Onderzoek toont aan dat Marloes een significant hogere kans heeft om uitgenodigd te worden op een sollicitatiegesprek dan Fatima. Een mogelijke oorzaak is dat werkgevers weinig ervaring hebben met allochtone werknemers. ‘Het zou goed zijn om hier verder onderzoek naar te doen. Het is lastig om te onderscheiden wanneer iets directe discriminatie is, of wanneer er sprake is van onbewuste stereotypering bij werkgevers.’


Verschillende netwerken

Uit het onderzoek blijkt ook dat werkgevers en allochtone werknemers verschillende sociale netwerken hebben, waardoor ze elkaar niet zo snel vinden. ‘Ook werkgevers hebben daar last van, want ze missen daardoor soms een talentpool van hoogopgeleide allochtonen. Waar werkgevers ook op kunnen letten bij allochtone werknemers is hun ongemakkelijkheid zichzelf te verkopen. Realiseer je dat terughoudendheid niet per se passiviteit of ongeschiktheid betekent, maar misschien ook een cultuurverschil.’

Meisjes en vrouwen
De onderzoekers hebben speciaal gekeken naar de positie van vrouwen en meisjes. Daartoe zijn onder meer dieptegesprekken met 40 allochtone vrouwen en meisjes gevoerd. Daaruit blijkt dat de werkende vrouwen vaak zeer gemotiveerd zijn. Tevens blijkt dat de vrouwen die niet werken zelf aangeven dat dit zelden te maken heeft met traditionele opvattingen over de rolverdeling man/vrouw. De meesten geven aan gestimuleerd te zijn door de ouders om een opleiding te volgen. Bij de keuze om niet te werken spelen vooral factoren als gezondheid, de hoogte van de beloning en de kosten van kinderopvang een rol. Sommige vrouwen geven aan weinig kennis te hebben gehad van beroepsmogelijkheden, waardoor de keuze voor een opleiding niet goed werd doordacht en de instroom op de arbeidsmarkt niet geruisloos verliep.

Basti Baroncini, redacteur P&Oactueel.

 

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

3 reacties

  1. Waarom vertrouw ik de overheid niet? Omdat ze nooit eerlijk zijn, ze verhogen de AOW leeftijd naar 66 en 67 jaar en denken dat de ouderen aan het werk blijven. Los van de tegenstelling, waar een oudere moet blijven werken, komt geen plek voor een jongere.
    Werkgevers nemen eerder een Nederlander aan dan een allochtoon. Hoe zou dat toch komen, hoe komt het dat de Turkse gemeenschap sneller een eigen bedrijf of een baan vinden dan de Marokkaanse. En er is gewoon een groot verschil tussen Marokkaanse jongen en meisjes. Meisjes worden niet als prinsesjes beschouwd, doe mogen niet en moeten naar hun ouders en erger naar hun broers luisteren.
    Door de kans te pakken om een goede opleiding te volgen, kunnen ze zich los maken van dit grote cultuur probleem en maken ze een kans om hun eigen leven te kunnen indelen.
    De jongens geven de schuld aan de overheid, de scholen en hebben geen enkel besef van hun eigen verantwoording.
    Daardoor hebben de naam van hun volk verziekt bij werkgevers. De vele goede en hard werkende, goed geschoolde Marokkaanse mannen en helaas ook de Turkse mannen, zijn hier de dupe van.
    Helaas de overheid doet daar niets mee, zeker wanneer de PVDA de macht heeft. Alle integratieplannen zijn hopeloos mislukt en nu is er een probleem.
    Terwijl we tussen nu en 20 jaar juist deze jongeren nodig hebben en nu moeten we ergens anders gaan zoeken, om de leegloop van kennis op te vullen. Regeren is vooruit zien en niet achteraf iets gaan doen.
    Vandaar mijn grote wantrouwen over de rapporten die de overheid uitgeeft.

  2. Allochtonen worden ook onterecht als ”lui” bestempeld. Kijk maar naar de Turkse gastarbeiders van de jaren zestig en zeventig, die keihard hebben geploeterd. Mijn vader heeft altijd Turken in dienst gehad en zegt altijd dat hij nog nooit eerder zulke hardwerkende mensen heeft gezien.

  3. Ga toch slapen, deze discussie is anno 1987. Tijd voor iets nieuws. Laten we de polen gaan pesten