Zelf ongedaan gemaakte poging tot verduistering geen dringende reden

0

Een werknemer heeft een poging tot verduistering zelf ongedaan gemaakt. De
werkgever vindt de poging tot verduistering alsnog een dringende reden om de
arbeidsovereenkomst te beëindigen.

Een 60-jarige werknemer is sinds juli 1966 in dienst bij Hollandia B.V.. In april 2008 is het materialenpark van werkgever opgeschoond en zijn diverse containers schroot afgevoerd, waaronder een aantal hoekijzers die door een transporteur waren gestald en nooit meer waren opgehaald. Werknemer heeft de opkoper van het schroot verzocht het geld dat de hoekijzers opbrachten, over te maken naar de voetbalvereniging waarvan hij bestuurslid is. Deze betalingsopdracht heeft werknemer later ingetrokken.

 In mei 2008 is werkgever door de opkoper op de hoogte gesteld van de desbetreffende betalingsopdracht. Op 3 juni 2008 heeft werkgever werknemer op non-actief gesteld . Werkgever verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden primair wegens een dringende reden, te weten poging tot verduistering, subsidiair vanwege verandering in de omstandigheden omdat de werknemer het in hem gestelde vertrouwen heeft geschonden.

Volgens werknemer waren de hoekijzers geen eigendom van werkgever. Tijdens een bedrijfsverhuizing enkele jaren eerder zou tegen hem met betrekking tot de hoekijzers zijn gezegd ‘zie maar wat je er mee doet’.

De kantonrechter overweegt of er sprake is van een poging tot verduistering, aangezien de werknemer die poging zelf ongedaan heeft gemaakt. Het is niet komen vast te staan dat de werknemer dit heeft gedaan om dat ‘het hem te heet onder de voeten werd’. Volgens de kantonrechter kan een poging tot verduistering een dringende reden zijn, maar in dit geval is daar geen sprake van.

Van een grove veronachtzaming van zijn plichten is evenmin sprake, omdat de werknemer de poging tot verduistering zelf ongedaan heeft gemaakt. Gelet hierop en het lange onberispelijke dienstverband oordeelt de kantonrechter dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst een buitenproportioneel middel is. Temeer nu werknemer te kennen heeft gegeven over één jaar met vroegpensioen te willen gaan en hij met betrekking tot de uitkering van dat pensioen bij ontbinding ernstige financiële schade lijdt.

Werkgever heeft werknemer al een sanctie opgelegd door hem op non-actief te stellen en aannemelijk is dat de collega’s hierdoor van de situatie op de hoogte zijn geraakt, hetgeen voor werknemer is te beschouwen als een extra straf. Dat werknemer het vertrouwen van werkgever door het gebeurde onwaardig is geworden, kan na een onberispelijk dienstverband van 42 jaar niet worden aangenomen.

De kantonrechter wijst zowel het primaire als het subsidiaire verzoek af.

Bron: LJN BF3573
Kantonrechter Bergen op Zoom
Datum: 03-09-2008

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer