Werkweigering wegens achterstallige loonbetaling terecht

0

Een werknemer die al zes maanden lang geen loon had ontvangen, weigerde aan de slag te gaan zolang de werkgever het achterstallige loon niet betaalde.

Hij werd op staande voet ontslagen. Onterecht, zo oordeelde de kantonrechter. De werknemer heeft terecht zijn plicht tot werken opgeschort.

De situatie

Een pensioenadviseur is sinds november 2009 door een depressie arbeidsongeschikt. De bedrijfsarts stelt mediation voor maar de werknemer zegt de op 5 januari 2010 geplande afspraak af vanwege zijn ziekte. De werkgever stop daarop de loonbetaling. Uit een deskundigenoordeel van het UWV blijkt dat de werknemer inderdaad (nog) niet in staat was om aan de mediation mee te werken. In maart en april vinden er uiteindelijk toch vijf mediationgesprekken plaats waarin onder meer wordt gesproken over werkhervatting vanaf 10 juni. Maar op 9 juni 2010 geeft de werknemer aan dat hij pas aan het werk gaat als het achterstallig loon is uitbetaald. De werkgever stelt daartegenover het loon weer te gaan betalen zodra de werknemer op het werk verschijnt. Als de werknemer blijft weigeren aan het werk te gaan, wordt hij op staande voet ontslagen.

De vordering

De werknemer vordert bij de kantonrechter onder meer veroordeling van de werkgever tot betalen van het achterstallig loon en tot hervatting van de loonbetaling tot aan het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig eindigt.

Het oordeel

De kantonrechter oordeelt dat de werknemer terecht de werkhervatting heeft opgeschort. En om die reden alleen al zal het ontslag op staande voet in een bodemprocedure geen stand houden.
Naar het oordeel van de rechter heeft de werknemer aan het eerste initiatief tot mediation in januari 2010 terecht niet meegewerkt omdat uit het deskundigenoordeel is gebleken dat hij daar toen niet toe in staat was. Op dat moment was er dus geen grond voor het stopzetten van de loonbetalingen.
Daarna zijn er tijdens de mediation afspraken gemaakt over werkhervatting. De werknemer was in beginsel verplicht om deze afspraken na te komen. Maar de kantonrechter oordeelt dat de werknemer in dit geval terecht de werkhervatting heeft opgeschort: de werkgever had al zes maanden zonder goede reden geen salaris uitbetaald*.
De werkgever wordt veroordeelt tot betaling van het achterstallig loon. De werknemer zegt toe weer aan het werk te gaan volgens de gemaakte afspraken. De vordering tot hervatting van de betaling tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen omdat de kantonrechter geen ongelimiteerde loondoorbetalingsplicht wil toewijzen. Gezien de voorgeschiedenis van de partijen kan zich in de toekomst nog wel eens een reden voor loonopschorting voordoen.

LJN BN4515
Kantonrechter Dordrecht
Opschorten plicht tot arbeid
Kort geding
22 juli 2010

* Zie ook de uitspraak van het hof Amsterdam van 16 maart 2010 (LJN BN1362). Daar vond de rechter dat de werknemer geen geldig excuus had voor de werkweigering.

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.