Werkweigering na afwijzing ouderschapsverlof: ontslag

2

Een docent die weigert te komen lesgeven op de dag waarop hij graag ouderschapsverlof had gehad, mag ondanks het opzegverbod toch ontslagen worden. Zijn werkweigering is een gewichtige reden voor ontbinding.

 

De situatie

Een goed functionerende docent met twee kleine kinderen vraagt zijn werkgever om een dag per week ouderschapsverlof. Het verzoek wordt toegekend. In een later overleg blijkt dat de docent het verlof op vrijdag wil opnemen. Dat is niet mogelijk, zegt de werkgever, omdat dat roostertechnisch niet rond te breien is. Er wordt nog diverse malen overlegd, de docent draagt alternatieven aan maar de werkgever houdt vol dat hij niet aan het verzoek kan voldoen. In juli 2011 krijgt de docent het rooster voor het schoolseizoen 2011/2012 binnen. Daarop is hij ingeroosterd op dinsdag, donderdag en vrijdag.
Op donderdag 8 september laat hij zijn werkgever per e-mail weten dat hij op 9 september, en op alle andere vrijdagen, geen les zal geven.
De werkgever laat weten dat hij dit onaanvaardbaar vindt en merkt het aan als werkweigering. De docent wordt ook gesommeerd om zijn lessen conform het rooster te geven. Hij wordt gewaarschuwd voor de ernstige gevolgen die niet verschijnen kan hebben, waaronder de mogelijkheid van ontslag op staande voet. Als de docent ook de volgende vrijdag geen les geeft, wordt hij geschorst en dient de werkgever een ontbindingsverzoek in.

De vordering

De werkgever verzoekt om ontbinding wegens gewichtige redenen.

Het oordeel

De kantonrechter komt in drie stappen tot de beslissing om de arbeidsovereenkomst zonder vergoeding voor de docent te ontbinden.
Allereerst oordeelt de rechter dat de werkgever een bedrijfsbelang heeft dat zwaarder weegt dan het belang van de werknemer om op vrijdag thuis te zijn om vanaf 12 uur voor zijn dochter te kunnen zorgen. De rechter vindt dat het voldoende is aangetoond dat de werkgever niet kan voldoen aan het verzoek voor ouderschapsverlof op vrijdag zonder het onderwijskundige kwaliteitsniveau aan te tasten.

Opzegverbod aanwezig, toch ontbinding

In de tweede stap oordeelt de rechter dat er sprake is van een opzegverbod (artikel 7:670 lid 7 BW). Op grond van dat opzegverbod en de reflexwerking daarvan in een ontbindingsprocedure moet het verzoek worden afwezen tenzij er een dringende reden is voor ontbinding.
In de derde stap oordeelt de rechter dat er inderdaad sprake is van een dringende reden. De werkgever had vanwege het zwaarder wegende bedrijfsbelang het recht de docent op vrijdag in te roosteren. De docent had na het ontvangen van het rooster via een kort geding een oordeel van de rechter over de zaak kunnen vragen. Door pas op de dag voor de lessen aan te geven dat hij niet zou komen, heeft de docent de zaak zelf op de spits gedreven. Het wederom niet verschijnen op vrijdag na de sommatie was op dat moment voldoende reden geweest voor een ontslag op staande voet. Om die reden is er voor de ontbinding ook een dringende reden aanwezig. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang, zonder vergoeding voor de werknemer.

Werkgever medeschuldig aan situatie?

De werkgever heeft ook een steek laten vallen door het ouderschapsverlof goed te keuren, zonder voorbehoud en zonder af te spreken op welke dag de docent zijn ouderschapsverlof zou opnemen, en daar later weer op terug te komen. Maar daar wordt gek genoeg in de uitspraak verder niet over gerept.

JAR 2012/138

LJN BW7150 (niet gepubliceerd)
Kantonrechter Arnhem
Ouderschapsverlof, ontslag op staande voet
Eerste aanleg
19 juni 2012

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

2 reacties

  1. Het LJN is helaas niet het LJN dat bij het artikel hoort. Kunt u ook het juiste LJN publiceren?