Werknemersverzoek gehonoreerd met hoge ontbindingsvergoeding: C=2,5

0

In deze rechtszaak wordt wederom een vergoeding met een zeer hoge correctiefactor toegekend. En dat is zeker voor een werknemersverzoek redelijk uniek. De rechter overweegt dat het baanverlies voor rekening van de werkgever komt.

De situatie
Een werknemer is sinds 1983 in dienst bij de werkgever. In september 2009 wordt de werknemer ziek; hij heeft een werkgerelateerde burn-out. Na een jaar ziekte kan de re-integratie beginnen. Voorwaarde is dat het werk niet onder tijdsdruk plaatsvindt en er niet te veel externe prikkels zijn. De werknemer gaat aan de slag maar de werkzaamheden zijn niet passend. De werkgever geeft aan dat er geen passend werk is en dat het beter is dat de werknemer voorlopig thuis blijft.

De bedrijfsarts oordeelt eerst dat de werknemer zijn werkzaamheden nog kan uitbreiden, maar 2 dagen later is hij helemaal om en acht hij de werknemer opeens niet geschikt voor zijn eigen of passende werkzaamheden. De werkgever vraagt tot 3x toe een deskundigenoordeel aan. Het UWV oordeelt tweemaal dat de werkgever zich niet genoeg heeft ingespannen voor de re-integratie. De werknemer blijft ondertussen aangeven dat hij graag weer aan het werk wil en dat hij zich daar ook toe instaat voelt. De werkgever is huiverig en wil niet het risico lopen dat de werknemer weer arbeidsongeschikt wordt. Uiteindelijk vraagt de werknemer in maart 2011, anderhalf jaar na zijn ziekmelding, de kantonrechter om ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst.

Het oordeel
De kantonrechter overweegt dat de arbeidsongeschiktheid deels is veroorzaakt door het werk, en dat de werkgever daarom voor een gedegen re-integratietraject had moeten zorgen. De werkgever heeft daarin gefaald: de werkzaamheden waren niet passend, er was niet genoeg passend werk om het aantal uren uit te breiden toen dat mogelijk was, en na het beëindigen van de niet-passende werkzaamheden is geen ander werk meer aangeboden. Toen de bedrijfsarts de enorme ommezwaai maakte had de werkgever moeten onderzoeken wat er nu precies aan de hand was en had de werkgever niet zomaar op dat totaal andere oordeel mogen afgaan.
De werkgever heeft ook al redelijk snel, na een half jaar iemand anders op de functie van de werknemer benoemd. Toen de werknemer weer aan het werk wilde, kon dat niet meer en dat komt voor rekening van de werkgever.
Het inmiddels ontstane arbeidsconflict is geheel aan de werkgever te wijten en de verandering in de omstandigheden daarmee ook. De correctiefactor bij het berekenen van de vergoeding volgens de kantonrechtersformule stelt de kantonrechter op 2,5. Dit resulteert in een vergoeding van € 383.680.

Zie ook
Ex-statutair-directeur moet ontslagvergoeding terugbetalen
en
Hoge vergoeding na kort dienstverband: C=3

LJN BQ5109
Kantonrechter Den Bosch
Ontbindingsverzoek werknemer
Eerste aanleg
16 mei

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.