Werknemers niet verplicht met prepensioen

0

Twee werknemers van Avebe protesteren tegen het verplichte prepensioen-ontslag. In een kort geding claimen ze met succes dat het bedrijf een ongeoorloofd leeftijdsonderscheid maakt. Avebe moet hen weer toelaten tot het werk.

De situatie

Twee werknemers, sinds 1965 en 1966 in dienst bij Avebe spannen een kort geding aan tegen de werkgever. Het bedrijf wil het aantal arbeidsplaatsen met 850 verminderen en heeft daartoe een convenant gesloten met de vakbonden. Daarin is opgenomen dat werknemers die (bijna) met prepensioen gaan het eerst boventallig worden verklaard, op basis van vrijwilligheid. Ook is de cao voor de Coöperatieve Avebe U.A. van toepassing. In de cao is een automatisch einde van de arbeidsovereenkomst bij 65 jaar opgenomen en een bepaling over een verplicht prepensioen bij 62 jaar. Als een medewerker op die leeftijd niet met prepensioen wil, heeft hij toestemming nodig van de werkgever om te mogen blijven werken. De arbeidsovereenkomsten van de twee werknemers zijn in het laatste kwartaal van 2009 beëindigd vanwege het bereiken van de prepensioenleeftijd.

De vordering

De werknemers eisen toelating tot het werk en doorbetaling van het salaris. Op grond van het convenant was hun toestemming nodig voor het boventallig verklaren en het cao-artikel is nietig op grond van de Wet Gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid (WGBL).

Het verweer

Avebe meent dat de arbeidsovereenkomsten zijn beëindigd. Voor het doorwerken na 62 jaar is geen toestemming verleend. Daarnaast vindt Avebe dat ze, gesteund door de vakbonden, een legitiem doel heeft voor het leeftijdsonderscheid: het terugbrengen van het aantal werknemers in verband met bedrijfseconomische en -organisatorische omstandigheden.

Het bedrijfsbelang is zwaarwegend vanwege de bijzondere leeftijdsopbouw van het personeelsbestand (veel ouder personeel). De middelen die Avebe gebruikt zijn passend en noodzakelijk. Bij gedwongen ontslagen zou er door het toepassen van het afspiegelingsbeginsel niets aan de leeftijdsopbouw veranderen.

Het oordeel

De kantonrechter acht de kans zeer waarschijnlijk dat de rechter in een bodemprocedure zal oordelen dat de werknemers terecht een beroep doen op de wet gelijke behandeling. De steun van de vakbonden maakt dat niet anders. Avebe heeft niet aangetoond dat de gewenste inkrimping van het personeelsbestand alleen bereikt kan worden door personeel te ontslaan op de prepensioenleeftijd. Daarnaast is het aantal medewerkers dat protesteert of wil gaan protesteren tegen het leeftijdsontslag klein, minder dan 15.  De kantonrechter acht het belang van de werknemers bij het baanbehoud – met de bijbehorende financiële en sociale consequenties – te zwaarwegend. Daarnaast staat het verplichte leeftijdsontslag haaks op het nationale beleid om de pensioenleeftijd verhogen. De kantonrechter wijst de vorderingen van de werknemers toe.

Gelijktijdig ontbindingsverzoek

De werkgever heeft van zijn kant een voorwaardelijk ontbindingsverzoek voor beide werknemers ingediend. Dat is op dezelfde dag behandeld als het kort geding. De werkgever wil ontbinding wegens gewichtige redenen, die er op neer komen dat de inkrimping van het personeelsbestand door de werknemers met prepensioen te sturen, in dit geval gerechtvaardigd is. De kantonrechter verwijst in zijn uitspraak naar de overwegingen uit het kort geding en overweegt daarbij nog dat toewijzing van het verzoek de bescherming tegen de leeftijdsdiscriminatie te niet zou doen. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.

LJN BK6007, BK6017 en BK6018
Kantonrechter Groningen
WGBL (Wet gelijke behandeling o.g.v. leeftijd bij arbeid)
Kort geding
08 december 2009

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.