Werknemer hoeft niet te tekenen voor dezelfde baan bij nieuwe werkgever

0

Als een werknemer de nieuwe arbeidsovereenkomst bij een nieuwe werkgever niet tekent, wil niet zeggen dat hij afziet van het dienstverband.

Een arbeidsovereenkomst kan ook op andere wijze dan door het ondertekenen van een schriftelijk stuk tot stand komen.

De situatie

Een parkeercontroleur werkt in dienst van een gemeente. De gemeente besluit de afdeling Parkeerhandhaving te privatiseren waardoor de werknemer een nieuwe werkgever krijgt. In het sociaal plan is geregeld dat de werknemers één op één overgaan naar de nieuwe onderneming en hun eigen functie behouden. De werknemer krijgt een nieuwe arbeidsovereenkomst toegezonden maar tekent deze niet binnen de gestelde termijn. Ook verschijnt hij vlak na de overname, op 5 januari niet op het werk terwijl hij wel ingeroosterd stond. Vanaf 14 januari volgt er een e-mailwisseling waarin de werkgever stelt dat de werknemer niet in dienst is getreden bij het bedrijf. De werknemer verklaart tijd nodig te hebben om het nieuwe contract door zijn advocaat te laten bekijken. Op 25 februari vordert hij uiteindelijk toelating tot het werk.

De vordering

In kort geding bij de kantonrechter vordert de werknemer onder meer toelating tot het werk en doorbetaling van zijn salaris. Hij meent dat hij geen nieuw arbeidscontract hoefde te tekenen omdat volgens hem artikel 7:662 BW van toepassing is. Bovendien stelt hij dat hij het contract wel heeft ondertekend en het wilde inleveren en bespreken, maar dat laatste was op dat moment niet mogelijk.

Het oordeel

De kantonrechter oordeelt dat de werkgever de werknemer moet toelaten tot zijn werk. Er was volgens het sociaal plan sprake van een één op één overgang van werknemers in eigen functie, en daar moest de nieuwe werkgever dan ook van uit gaan. Het tekenen van het nieuwe contract moet worden gezien als slechts een formele handeling. Een arbeidsovereenkomst kan ook op een andere wijze tot stand komen dan door het tekenen van een schriftelijk stuk.

Dat de werknemer de arbeidsovereenkomst niet getekend heeft, mag door de werkgever niet zomaar worden gezien als een ontslagname, aldus de kantonrechter. De werkgever had een zorgplicht en moest zich ervan vergewissen of de werknemer daadwerkelijk van de indiensttreding afzag. De werkgever heeft de werknemer na het niet-verschijnen niet opgeroepen om te komen werken of om op gesprek te komen.

De kantonrechter vindt wel dat het gedrag van de werknemer heeft bijgedragen aan de ontstane problemen. Er was geen reden om tussen 5 en 14 januari niet aanwezig te zijn. Pas op 14 januari heeft de werknemer zich weer gemeld. De loonvordering over de periode van 5 tot 14 januari wordt daarom afgewezen. Op diezelfde datum heeft de werkgever een mail gestuurd die de werknemer mocht opvatten als ontslag. Daarnaast acht de kantonrechter de bepalingen van het genoemde wetsartikel niet van toepassing op de privatisering van overheidsdiensten.

De werkgever moet de werknemer weer zijn werk als parkeercontroleur laten doen en zijn loon betalen met uitzondering van de genoemde periode.

Artikel 7:662 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de regels over de overgang van een onderneming ook van toepassing zijn op de werknemer die arbeid verricht in een onderneming die in stand wordt gehouden door staat, provincie, gemeente, waterschap of enig ander publiekrechtelijk lichaam.

LJN BM7560
Kantonrechter Amsterdam
Voortduren arbeidsovereenkomst
Kort geding
12 maart 2010

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.