Werknemer die zich niet aan concurrentiebeding houdt moet naar gevang

0

Rechtbank Breda, 28 juni 2011 Het wordt een werknemer verboden om voor de duur van het concurrentiebeding voor de concurrent te werken. De werknemer houdt zich echter niet aan dit concurrentiebeding. De rechtbank verbindt aan de tenuitvoerlegging van het arrest van het hof het dwangmiddel van lijfsdwang.

De zaak

Een werknemer van een uitzendbureau neemt in maart 2009 ontslag. Hij gaat vervolgens werkzaamheden verrichten voor een concurrerend uitzendbureau. De voormalige werkgever start een kort gedingprocedure.
Het hof Den Bosch oordeelt kort weergegeven – op 5 oktober 2010 (LJN: BN9836):

  • dat het de werknemer voor de duur van het concurrentiebeding verboden is te werken voor het concurrerende uitzendbureau op verbeurte van de overeengekomen boete van EUR 10.000 per overtreding totdat in een bodemzaak anders wordt beslist;
  • dat de werknemer een voorschot ter zake reeds verbeurde boetes ad EUR 5.000 aan de werkgever moet betalen;
  • dat de werknemer binnen twee weken na betekening van het arrest aan de werkgever een lijst verschaft met de namen van klanten waarmee hij ten behoeve van het concurrerende uitzendbureau contact heeft gehad.

Dit arrest is op 18 november 2010 aan de werknemer betekend. De werknemer heeft het voorschot niet betaald en de lijst heeft hij ook niet verschaft. De voormalige werkgever stelt dat hij ook nog steeds stelselmatig het concurrentiebeding schendt. De werkgever vordert de toepassing van lijfsdwang omdat dit het enig werkende middel zou zijn om te bewerkstelligen dat de werknemer zich houdt aan de veroordelingen.

De rechtbank

De rechtbank verbindt aan de tenuitvoerlegging van het arrest van het hof het dwangmiddel van lijfsdwang.
Het hof heeft specifiek en gemotiveerd overwogen dat en waarom de werknemer het concurrentie- en relatiebeding schendt. Uit de door de ex-werkgever overgelegde stukken blijkt de werknemer de verboden werkzaamheden en activiteiten nog steeds uitvoert. Hij werkt nog voor het bedrijf waarvoor hij niet mocht werken én hij benadert nog steeds uitzendkrachten van zijn voormalige werkgever om over te stappen naar zijn nieuwe werkgever.
Het hof heeft de werknemer opgedragen om een lijst te verstrekken met namen van klanten van zijn voormalig werkgever die hij voor zijn nieuwe werkgever heeft benaderd. Daaraan heeft de werknemer evenmin voldaan.

Rechtbank Breda, 28 juni 2011, LJN: BQ9501

In de praktijk

Dit is uiteraard verre van een standaard situatie. Het gaat hier om een wel zeer hardleerse werknemer die niet alleen zijn concurrentie- en relatiebeding steeds overtreedt, maar vervolgens ook niet voldoet aan het arrest van het gerechtshof.

Rechterlijke uitspraken moeten uiteraard wel nagekomen worden. Daarvoor heeft een rechter diverse middelen ter beschikking. Eén van die middelen is de dwangsom; een bedrag dat (vaak per dag) als boete wordt gesteld op het niet nakomen van een vonnis. Artikel 587 Rv regelt lijfsdwang. In het civiele recht is dit het zwaarste middel dat een rechter kan inzetten als een partij zich niet aan een uitspraak houdt. Een rechter mag dit pas toewijzen als aannemelijk is dat de toepassing van een ander dwangmiddel onvoldoende uitkomst zal bieden en het belang van de schuldeiser toepassing daarvan rechtvaardigt.

Deze rechter heeft aan het arrest van het hof het dwangmiddel lijfsdwang verbonden. Dat betekent dat de werknemer, als hij zich na de betekening van het arrest nog niet aan de veroordeling houdt, door de deurwaarder (eventueel geholpen door de politie) kan worden meegenomen naar het huis van bewaring. De eisende partij in dit geval de werkgever zal wel de kosten van de bewaring moeten voorschieten. Later kan hij dat verhalen op de werknemer. In het vonnis is bepaald dat deze werknemer maximaal één maand per overtreding van het opgelegde concurrentieverbod – tot een maximum van één jaar in gijzeling genomen mag worden en dat hij bovendien voor de duur van vierentwintig uur mag worden ingesloten voor elke drie dagen dat hij de lijst met de namen van klanten waarmee hij ten behoeve van het concurrerende uitzendbureau contact heeft gehad niet verstrekt, zulks tot een maximum van één maand. Na het verstrijken van de termijn waarvoor hij wordt ingesloten, zal de werknemer in vrijheid worden gesteld. Wanneer hij opnieuw een overtreding maakt tegen het vonnis, kan hij opnieuw worden ingesloten voor de duur van de door de rechter bepaalde periode, totdat het maximum van respectievelijk een jaar en een maand.

Dit artikel is geschreven door de juristen van XpertHR.

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.