Werknemer die carpoolt krijgt toch reiskostenvergoeding

2

Een monteur die dagelijks met een collega meerijdt naar het werk, heeft volgens zijn werkgever geen recht op een reiskostenvergoeding. De rechter in hoger beroep denkt daar anders over.

 

De situatie

Een monteur heeft volgens zijn arbeidsovereenkomst recht op een reiskostenvergoeding voor het woon-werkverkeer:  Van woonoord werknemer naar werkgever wordt 0,19 euro per kilometer vergoed op basis van declaratie. Na elf maanden eindigt de arbeidsovereenkomst van rechtswege. De werknemer verzoekt de werkgever diverse malen om onder meer de laatste twee maanden salaris en het opgebouwde vakantiegeld uit te betalen. Als reactie krijgt hij een aanmaning om de, volgens de werkgever onrechtmatig gekregen, reiskostenvergoedingen terug te betalen.

De vordering

De werknemer stapt naar de rechter om via die weg alsnog zijn salaris en vakantiegeld uitbetaald te krijgen. De werkgever dient een tegeneis in (vordering in reconventie). Hij wil de reiskostenvergoeding terug die de werknemer ten onrechte heeft ontvangen. De monteur reed dagelijks mee met een collega en heeft daardoor zelf geen reiskosten gemaakt. In een niet-getekende memo en een ongedateerd, niet-ondertekend huishoudelijk reglement staat dat een werknemer alleen recht heeft op reiskostenvergoeding als hij gebruik maakt van eigen vervoer. Als de werknemer een collega meeneemt als passagier dan komt die passagier niet in aanmerking voor reiskostenvergoeding.

Het oordeel van de kantonrechter

De kantonrechter geeft de werkgever gelijk omdat de bepaling in de arbeidsovereenkomst spreekt over ‘ vergoeding van kosten’ . En de werknemer heeft geen daadwerkelijke kosten gemaakt.

Vordering in hoger beroep

De werknemer is het niet eens met dit oordeel en gaat in hoger beroep. Daar voert hij aan dat hij de memo’ s en het huishoudelijk reglement nooit heeft ontvangen en ook nooit heeft getekend. Daarnaast stelt hij dat het vergoeden van reiskosten aan carpoolers gebruikelijk was. Er werd bij vergoeding van ingediende reiskosten nooit gekeken of de werknemer van eigen vervoer gebruik maakte of dat hij met een collega meereisde. Bovendien heeft de werkgever alle ingediende declaraties altijd zonder op- of aanmerkingen goedgekeurd en uitbetaald.
Volgens de werknemer is het in strijd met goed werkgeverschap om deze kosten dan na einde dienstverband alsnog terug te vorderen. Bovendien maakte hij wel reiskosten omdat hij de collega met wie hij meereed een vergoeding betaalde voor het meerijden.

Het oordeel

Het hof legt de huishoudelijke reglementen en andere schriftelijke stukken waar de werkgever mee aankomt ter zijde. Uit niets blijkt dat de werknemer die stukken heeft ontvangen, dan wel heeft ondertekend. Het hof gaat daarom uit van het reiskostenvergoedingbeding zoals dat in de arbeidsovereenkomst staat. Uit de tekst van het beding blijkt niet dat een werknemer níét in aanmerking komt voor reiskostenvergoeding als hij met een collega meerijdt, oordeelt het hof. Maar het hof kijkt niet alleen naar de tekst van het beding, maar ook naar wat de partijen van elkaar mochten verwachten.

Zonder morren uitbetaald
De werkgever heeft de reiskostenvergoeding elke maand uitbetaald en ook in de opvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten steeds weer hetzelfde beding vastgelegd. Daaruit blijkt dat de werkgever en de werknemer dezelfde uitleg gaven aan het beding. Een redelijke uitleg van de arbeidsovereenkomst leidt zo tot het oordeel dat de werknemer recht heeft op reiskostenvergoeding op basis van de ingediende declaraties, ondanks het feit dat hij geen gebruik maakte van eigen vervoer. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter.

LJN BX0515
Hof Den Bosch
Reiskostenvergoeding bij carpoolen
Hoger beroep
3 juli 2012

Door mr. Ingrid Kooijman »

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

2 reacties

  1. Weer eens het feit dat de werkgever het niet goed voor elkaar had. Ondanks dat de werknemer mee reed en daarvoor een vergoeding gaf aan de man die echt reed, blijft het feit staan, dat de door de werkgever aangeleverde stukken onduidelijk, ongedateerd en zonder een handtekening van de werknemer(s) blijkt te zijn. Dan verliest de werkgever zijn rechten om zich op deze stukken te beroepen. Draag als werkgever zorg dat je alle regels volgens de wet aan je werknemers verstrekt en laat ze ervoor tekenen.