Werkneemster met diagnose kanker mag niet in proeftijd ontslagen worden

2

Een werkneemster die haar werkgever vertelt dat bij haar kanker is geconstateerd, wordt de dag erna per brief ontslagen in de proeftijd.

De Commissie Gelijke Behandeling oordeelt dat de werkgever daarmee een verboden onderscheid op grond van chronische ziekte maakt omdat hij niet kon aantonen dat hij géén verboden onderscheid maakte.

De situatie

Een werkneemster komt in 2008 op een tijdelijk contract en met een proeftijd van 2 maanden in dienst. Na 3 weken wordt ze onverwacht in het ziekenhuis opgenomen en geopereerd. Daarbij blijkt dat de vrouw kanker heeft. Kort nadat de arts haar dat heeft verteld, komt haar leidinggevende op bezoek. De werkneemster vertelt over de diagnose en een paar dagen later krijgt ze een ontslagbrief, die is gedateerd op de dag na het bezoek van de leidinggevende. De werkneemster wordt in de proeftijd ontslagen, volgens de werkgever omdat de resterende proeftijd te kort is om over haar functioneren te oordelen, zeker gezien het feit dat ze waarschijnlijk niet voor afloop van de proeftijd terugkeert.

De vordering

De werkneemster stapt in 2011 naar de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) om een oordeel te vragen of het ontslag in proeftijd discriminatie was. Ze stelt dat de werkgever een onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt door haar in de proeftijd te ontslaan. Ze functioneerde goed en gezien de opeenvolging van gebeurtenissen moet de (chronische) ziekte de reden zijn geweest om haar te ontslaan.

Het verweer

De werkgever zegt dat hij op het moment dat de brief verstuurd werd nog niet wist van de diagnose.

Het oordeel

De CGB concludeert dat de feiten die de werkneemster aanvoert een ongeoorloofd onderscheid doen vermoeden. De werkgever moet daarom met bewijs komen dat hij géén verboden onderscheid heeft gemaakt. En dat lukt hem niet. Hij kan alleen maar aanvoeren – en niet bewijzen – dat hij nog van niets wist op het moment dat de brief verstuurd werd. Dat de te korte beoordelingsperiode de ontslagreden was, kan de werkgever ook niet bewijzen.

Chronische ziekte?
De Commissie oordeelt dat de ziekte van de werkneemster valt onder de noemer chronische ziekte. Op het moment dat de ziekte werd geconstateerd was niet duidelijk hoe langdurig deze zou zijn. Wel was duidelijk dat de werkneemster diverse behandelingen moest ondergaan en daarna nog lang onder controle van een arts zou moeten blijven.

Misbruik proeftijd
Een werkgever heeft de vrijheid om de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd om hem moverende redenen op te zeggen. Maar een werkgever mag die bevoegdheid niet gebruiken om de arbeidsverhouding te beëindigen om redenen die onverenigbaar zijn met het doel van de proeftijd. Er is volgens de Hoge Raad sprake van misbruik van de proeftijd als moet worden aangenomen dat de beëindiging berustte op discriminatie.

Eindoordeel: discriminatie. En nu?
Het eindoordeel luidt dat er inderdaad sprake is geweest van een ongeoorloofd onderscheid. De vraag is nu wat de werkneemster met deze uitspraak wil, want een oordeel van de CGB is juridisch niet bindend. Het oordeel kan wel een rol spelen in een aanverwante rechtszaak; de rechter moet het oordeel van de CGB meenemen in de toelichting op zijn vonnis. Áls de rechter al afwijkt van het oordeel van de CGB dan mag dat alleen gemotiveerd.

CGB 2011-129
Commissie Gelijke Behandeling
Verboden onderscheid chronische ziekte
17 augustus 2011

Door mr. Ingrid Kooijman 
 

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

2 reacties

  1. Een merkwaardig verhaal. Die onderhavige proeftijd van 2 maanden bij een contract voor bepaalde tijd klopt al niet, tenzij dit in de cao is geregeld. Anyway, er was dus waarschijnlijk helemaal geen sprake van een proeftijd. Zo te zien was de hele toestand bij het CGB dus overbodig en was het BT contract in stand gebleven.
    Maar om elkaar maar een beetje bezig te houden kwam de kwestie dus toch in de CGB molen. Het CGB, een clubje van overjarige vakbondslui, juristen, en vooral linksgeorienteerde gesjeesde ambtenaren. Een absoluut overbodige en geldverslindende organisatie waarvan de uitspraken steeds vaker genegeerd worden en waaromtrent diverse politici al adviseerden op zo snel als mogelijk op te heffen.

  2. Een proeftijd van twee maanden bij een bepaalde tijd contract kan wel degelijk worden overeengekomen. In artikel 7:652 staat dat dit kan indien de overeenkomst is aangegaan voor langer dan twee maanden.

    Bovendien heeft iemand die net de diagnose van kanker te horen heeft gekregen denk ik geen behoefte aan bezigheidstherapie, maar wel aan een eerlijke gelijkwaardige behandeling.

    Het is dan ook maar goed dat wij binnen ons land de trias politica kennen en dat juist de politici het binnen het rechtssysteem niet voor het zeggen hebben!