Werkneemster mag later beginnen vanwege zorg voor kinderen

1

Bij de wijziging van arbeidstijden moet een belangenafweging gemaakt worden. Het belang bij een efficiënte bedrijfsvoering moet deels wijken voor het belang van een balie-assistente bij later beginnen.

Maar de werkneemster moet ook voor een deel oplossingen vinden in haar privé-situatie. De rechter geeft de partijen een tot in detail uitgewerkte oplossing mee.

De situatie

Een balie-assistente werkt sinds 1999 bij een grote tandartspraktijk. Zij werkt gemiddeld 23,5 uren per week, verdeeld over drie dagen. In de zomer begint ze op maandag om 7.30 uur en op dinsdag en vrijdag om 7.00 uur In de winter begint ze alle dagen om 7.30 uur. Vanwege de zorg voor drie kleine kinderen, waarvan één met een aangeboren afwijking, en de aanvangstijden van de buitenschoolse opvang, wil ze minder werken en later in de ochtend, tussen 08:00 en 08:30 uur beginnen.
De werkgever stemt in met een vermindering van uren, maar niet met het later beginnen. De tandartspraktijk werkt volgens een kwaliteitsconcept, waarbij volgens een strakke planning vier patiënten tegelijk worden behandeld. De balie-assistent is in de ochtend nodig om een optimale bezetting te kunnen behalen.
De werkneemster vraagt de kantonrechter in kort geding om aanpassing van haar werktijden. De werkneemster mag van de kantonrechter om 8.15 uur beginnen. Sinds 1 januari 2010 begint ze ook daadwerkelijk om die tijd. Maar de werkgever legt zich daar niet bij neer en gaat in hoger beroep.

Het oordeel

Het Hof vindt de oplossing in het midden.
Bij de beoordeling moet rekening gehouden worden met het belang van de werkneemster – haar zorgtaken – en het belang van de werkgever bij een efficiënte bedrijfsvoering. Die beide belangen zijn evident, oordeelt het hof. (art. 2 lid 6, Wet Aanpassing Arbeidsduur).Ook moeten de beide partijen zich als goed werkgever en werknemer gedragen (art. 7:611 BW).
De werkgever heeft het Hof er niet van kunnen overtuigen dat hij in de ochtenduren niet zonder balie-assistent zou kunnen functioneren. Op de dagen dat de werkneemster niet werkt, functioneert de praktijk immers ook.
Maar ook de werkneemster heeft van haar kant niet aangetoond dat ze geen oplossing in de privésfeer kan vinden. Zo blijft het onduidelijk wat de rol van de echtgenoot zou kunnen zijn.

Maatwerkoplossing

Het hof geeft hier een oplossing op maat. Het belang van de werkgever vereist dat de werkneemster wel zo vroeg als mogelijk is, begint. Op maandag en dinsdag is dat dus om 8.00 uur omdat de werkneemster die tijd zelf heeft aangegeven. Op de vrijdag, als de moeder van de werkneemster op de kinderen past, moet het belang van de werkneemster wijken voor dat van de werkgever. Voor die dag moet ze in de privésfeer een oplossing kunnen vinden. De kinderen gaan dan niet naar de opvang.

LJN BN9903
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch
Wijziging aanvangstijden art. 2, zesde lid, Wet Aanpassing Arbeidsduur
Hoger beroep
5 oktober 2010

Door mr. Ingrid Kooijman  

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. Jan vd Zanden op

    Als je als werkgever voor 2 ochtenden (66% van de ochtenden, en 10% van de tijd) een andere oplossing moet vinden omdat de aangestelde functionaris die speciaal voor dat werk is aangezocht niet thuis geeft, dan kan ik me voorstellen dat je heel snel van deze medewerker af wilt. Dit zal ongetwijfeld tot ontwrichte arbeidsverhoudingen leiden en vervolgens alsnog tot een afscheid. Op die manier kun je toch geen personeel in dienst houden…… De uitspraak staat garant voor een tijdbom.
    De belangenafweging van het Hof klinkt redelijk in het kader van de WAA, maar het is toch een vunzig compromis om een medewerker met haar werkgever in 66% van de dagen een valse start te laten maken. M.i. had het Hof beter kunnen zeggen: er zijn twee onverenigbare gerechtvaardigde belangen. Los het met mediation op of ga, via neutrale ontbinding, uit elkaar. Dat zou nog eens een echt Salomonsoordeel zijn.