Werkgever moet wijzen op ernstige gevolgen van vrijwillige beëindiging

0

Bij de beëindiging van een arbeidsovereenkomst heeft de werkgever een zeer strikte informatieplicht.

Ook als de werknemer zelf verzoekt om beëindiging moet de werkgever de gevolgen daarvan met de werknemer te bespreken en aandringen op het inwinnen van deskundig advies. Alleen vragen of de werknemer nog advies wil inwinnen, is niet voldoende.

De situatie

Een werkneemster komt op 11 januari 2010 op een tijdelijk contract tot 5 augustus 2010, in dienst bij een werving- en selectiebureau. Ze wordt door het bureau gedetacheerd als medewerker debiteuren. Maar de samenwerking op de werkplek verloopt moeizaam en de werkneemster geeft  aan niet meer voor de klant te willen werken. In maart wordt in een gesprek met de werkgever besloten dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden wordt beëindigd. Er wordt meteen een beëindigingsovereenkomst ondertekend waarin onder andere staat dat de arbeidsovereenkomst eindigt op 16 april 2010 en dat de werkneemster tot die tijd is vrijgesteld van werkzaamheden. De werkneemster vraagt een WW-uitkering aan maar die wordt geweigerd omdat ze niet voldoet aan de 26-weken eis.

De vordering

De werkneemster beroept zich op de vernietigbaarheid van de beëindigingsovereenkomst  Ze stelt dat er sprake is van misbruik van omstandigheden dan wel dwaling. Zij vordert loondoorbetaling tot het einde van haar contract.

Het oordeel

De kantonrechter vindt dat de werkgever niet voldoende heeft onderzocht of de werkneemster bij ondertekening van de beëindigingsovereenkomst zich de gevolgen daarvan heeft gerealiseerd.
De werkneemster had een contract tot 5 augustus 2010, dat niet tussentijds opzegbaar was. Dit betekende dat de werkneemster recht had op loondoorbetaling tot die datum. Daarnaast bleek de werkneemster geen recht te hebben op een WW-uitkering. Gezien deze nadelig omstandigheden had de werkgever het gesprek en de ondertekening van de beëindigingsovereenkomst niet op dezelfde dag moeten laten plaatsvinden, maar de werkneemster bedenktijd moeten geven. Daarnaast had de werkgever moeten aandringen op het inwinnen van deskundig advies.
De vordering van de werkneemster worden toegewezen.

Geen arbeid geen loon?
De werkgever doet nog een beroep op het principe van ‘geen arbeid, geen loon’ maar dat beroep wijst de kantonrechter af. Omdat de werkgever niet heeft gecontroleerd of de werkneemster de consequentie wel overzag, komt het feit dat de werkneemster niet heeft gewerkt voor risico van de werkgever. Die moet het loon doorbetalen tot 5 augustus 2010.
Uit vaste rechtspraak blijkt dat werkgevers moeten wijzen op de gevolgen voor de WW en moeten aandringen op het inwinnen van deskundig advies. Dat geldt dus ook als de werknemer zelf het initiatief neemt voor de beëindiging.
 
JAR 2010/208
Kantonrechter Utrecht
Beëindiging op initiatief werknemer
Kort geding
23 juni 2010

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.