Werkgever mag geen proefperiode instellen om herstel werknemer te testen

0

Een werkneemster werkt 95% omdat de werkgever een proefperiode van zes maanden hanteert om te testen of haar herstel na een hartinfarct duurzaam is. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever zo’n proefperiode niet mocht instellen.

De situatie

Een werkneemster werkt 24 uur per week als facilitair medewerkster. In juni 2006 meldt ze zich ziek wegens een hartinfarct. In oktober 2007 adviseert de bedrijfsarts een opbouwschema  dat in zes weken moet leiden tot volledige belasting van 24 uur per week. Per 17 december  wordt ze 95 procent beter gemeld. Volgens de werkgever is het gebruikelijk om een werknemer voor een langere periode, in dit geval zes maanden, voor een klein percentage ziek te melden om zo de duurzaamheid van het herstel te testen. Als dan blijkt dat volledig werken niet lukt, kan er makkelijk op de WIA teruggevallen worden.

Om administratieve redenen wordt de werkneemster pas per 1 juni 2008 volledig beter gemeld, terwijl ze al op 29 mei 100 procent  beter was. Eind juni meldt ze zich weer ziek, nu vanwege een luchtweginfectie. Als ze zich op 23 juli beter meldt, wordt die melding niet geaccepteerd maar ze gaat toch aan het werk. In december 2008 meldt ze zich weer ziek en in maart 2009 stopt de werkgever de salarisbetaling.

De vraag

De werkneemster verzoekt onder andere om betaling van achterstallig loon vanaf de datum dat ze voor 95 procent beter werd gemeld tot de datum van de dagvaarding. Ze vindt dat de proefperiode geen grondslag heeft en dat ze dus onterecht voor 5 procent is ziekgemeld. De zes maanden tellen niet mee voor de totale 104 weken verplichte loondoorbetaling.

De werkgever meent dat de wachttijd van 104 weken is voltooid. Het loon is daarom terecht stopgezet. Gedurende de proefperiode van 6 maanden was de werkneemster nog 5 procent ziek en de onderbreking in de totale ziekteperiode was korter dan vier weken.

Het oordeel

Voor wat betreft de hersteldmelding voor 95 procent oordeelt de kantonrechter dat het advies van de bedrijfsarts was om in zes weken tijd de volledige werkzaamheden hervatten. De werkgever heeft zonder overleg met de bedrijfsarts, en in afwijking van het WIA plan van aanpak, daar 95 procent werkhervatting van gemaakt. De kantonrechter vindt het aannemelijk dat de werkneemster wel 24 uur per week kon werken omdat er geen aanwijzingen, ook geen medische objectieve, zijn dat de werkneemster geen 24 uur per week kon werken. Uit gespreksverslagen blijkt ook dat de werkneemster zich heeft verzet tegen de gedeeltelijke hersteldmelding. Ook het nut van de proefperiode heeft de werkgever niet aangetoond. De kantonrechter denkt dat de werkneemster in een bodemprocedure kan aantonen dat zij van af 17 december 2007 100 procent hersteld was.

De kantonrechter bevestigt dat de werkgever nog steeds een loondoorbetalingsverplichting heeft en veroordeelt de werkgever tot betaling van het achterstallige loon.

LJN BK1711
Kantonrechter Leeuwarden
Kort geding
16 oktober 2009

» Geen loon bij weigering passende arbeid

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.