Werkgever eist verbod op negatieve uitlating in pers door werknemer

1

Een werknemer die een studie wil publiceren over gebrekkige producten, mag publiceren zolang hij maar niet zijn geheimhoudingsbeding schendt.

De situatie

Werknemer is sinds maart 2010 in dienst bij HRP, een fabrikant van roerpropellersystemen (thrusterssystemen) voor de scheepvaart. In zijn arbeidsovereenkomst is een geheimhoudingsbeding opgenomen. De werknemer stuurt tijdens zijn proeftijd verschillende bedrijfsdocumenten naar zijn privé mailadres. Voor de werkgever is dat reden om het dienstverband per direct, in de proeftijd te beëindigen. Na het ontslag kondigt de ex-werknemer per e-mailbericht aan dat hij een studie gaat publiceren waarin thrusterssystemen van verschillende leveranciers, waaronder van HRP, worden besproken en vergeleken. Het gaat niet om een openbare publicatie, maar om een commerciële studie die alleen tegen betaling kan worden verkregen.

De vordering

HRP vordert in een kort geding nakoming van het geheimhoudingsbeding en een verbod voor de ex-werknemer om zich negatief uit te laten over het bedrijf. Volgens het bedrijf wil de ex-werknemer HRP aan de schandpaal nagelen. De werknemer heeft aangegeven tegen betaling te willen afzien van de publicatie.

Het verweer

De werknemer zegt dat hij al sinds 2004 met de studie bezig is en dat in de studie de verschillende systemen zijn vergeleken en beoordeeld op basis van openbare informatie. Daarmee schendt hij niet zijn geheimhoudingsplicht.

Het oordeel

Het verbod dat de werkgever vraagt is een beperking van de vrijheid van meningsuiting en dat moet dus wel heel goed onderbouwd zijn. Iedere negatieve uitlating van de werknemer zou onder het gevraagde verbod vallen.

De kantonrechter overweegt dat een verbod om negatieve uitlatingen over het bedrijf te voorkomen, alleen is gerechtvaardigd als het gaat om uitlatingen waarmee de geheimhoudingsplicht wordt geschonden. Voor een aantal vertrouwelijke documenten die de werknemer naar zijn privé mailadres heeft gestuurd, bestaat volgens de kantonrechter terecht de vrees dat deze openbaar zullen worden. Dat de werknemer herhaaldelijk de toezegging doet dat hij zijn geheimhoudingsplicht niet zal schenden, is niet voldoende. De kantonrechter wijst de vordering van HRP dan ook gedeeltelijk toe en verbiedt de werknemer de specifiek genoemde bedrijfsdocumenten openbaar te maken, op straffe van een dwangsom. Maar als de werknemer inderdaad van plan is om te publiceren zonder zijn geheimhoudingsplicht te schenden, heeft hij ook geen last van dit verbod bij de publicatie, aldus de kantonrechter.

LJN BN0796
Rechtbank Rotterdam
Geheimhoudingsbeding
Kort geding
8 juni 2010

Door mr. Ingrid Kooijman
 

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. Als de werknemer nu ook een verbetering van het product aan kan dragen dan zou dat mooi zijn.
    Maar als het een flut product is dan mag hij dat van mij wel openbaar maken.