Wel of geen rehabilitatietekst na onbewezen diefstal

0

Een werknemer heeft in een kort geding toegewezen gekregen dat er in het
personeelsblad een rehabilitatie wordt gepubliceerd, omdat er onvoldoende
bewijs is voor een vermeende diefstal door de medewerker. De werkgever gaat
hiertegen in hoger beroep.

Werknemer is sinds 2 september 2002 in dienst bij het GVB in de functie van buschauffeur. Op 27 oktober 2007 is werknemer geschorst op verdenking van diefstal. Naar aanleiding van de gerezen verdenking heeft het GVB een onderzoek ingesteld waarbij een aantal medewerkers is verhoord. Bij brief van 21 december 2007 heeft werkgever laten weten dat zij de schuld onvoldoende bewezen acht en dat de schorsing wordt op geheven.

Op 24 december 2007 heeft werknemer zijn werkzaamheden weer hervat. Werknemer heeft in een eerder kort geding gevorderd en toegewezen gekregen dat werkgever een rehabilitatie plaatst in het personeelsblad.

Werkgever vordert nu schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis op straffe van een dwangsom en opheffing van de reeds gelegde beslagen. Volgens werkgever berust het vonnis op een kennelijke juridische misslag, omdat de door de kantonrechter bevolen rectificatietekst in strijd is met de fundamentele rechten van het GVB. Werkgever is van mening dat zij niet kan worden veroordeeld tot rectificatie van een op zichzelf rechtmatige schorsing. Werkgever heeft hoger beroep ingesteld.

Uitspraak

De kantonrechter oordeelt dat niemand door een rechterlijke uitspraak kan worden gedwongen een mening te uiten die niet de zijne is. Dit is in strijd met het grondrecht van de vrijheid van meningsuiting. Dit grondrecht komt ook aan het GVB als rechtspersoon toe. Nu in het vonnis van de kantonrechter dit grondrecht wordt miskend, is er sprake van een kennelijke juridische misslag. Er is geen sprake van een (bij wet voorziene), proportionele beperking van dit grondrecht in de zin van artikel 10 lid 2 EVRM.

De kantonrechter oordeelt dat werknemer geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot executie van het vonnis, alvorens onherroepelijk over deze kwestie is beslist. Het doorzetten van de executie door werknemer levert onder deze omstandigheden misbruik van recht op. De kantonrechter schorst de executie van het eerdere vonnis tot het moment dat het gerechtshof uitspraak heeft gedaan.

Bron: JAR 2008/123

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer