Voorkeur voor vrije vrijdagmiddag niet gehonoreerd

0

Een werkneemster dient een verzoek tot werktijdwijziging in omdat ze het prettig vindt om op vrijdagmiddag vrij te zijn. De werkgever mocht het verzoek afwijzen omdat het roostertechnische belang van de werkgever zwaarder weegt.

De situatie

Een werkneemster werkt sinds 1986 voor een geneesmiddelenleverancier als medewerker orderdesk. Ze werkt op dinsdag, woensdag en donderdag diensten van 8.30 uur tot 13.00 uur. Op vrijdag werkt zij van 8.30 uur tot 17.00 uur. In verband met oogklachten vraagt de werkneemster begin 2009 of ze op vrijdag ook een halve dag kan werken.
Omdat minimaal 20 uur per week gewerkt moet worden, stelt ze voor om vier dagen van 8.30 uur tot 13.30 uur te werken. De werkgever wijst haar verzoek om roostertechnische redenen af. Later, als er een nieuwe collega bij komt en er mogelijkheden zijn om met de werktijden te schuiven, wijst de werkgever het verzoek nog een keer af.

De vordering

De werkneemster vraagt de rechter om de werkgever te veroordelen tot het inwilligen van haar verzoek om van dinsdag tot en met vrijdag van 8.30 uur tot 13.30 uur te werken. Ze baseert haar verzoek op artikel 2 van de Wet Aanpassing Arbeidsduur (WAA). Dat zegt namelijk dat de werkgever de spreiding van de uren vaststelt volgens de wensen van de werknemer. De gewenste spreiding van de uren kan geweigerd worden als het belang van de werkgever zo groot is dat de wens van de werknemer daarvoor moeten wijken. De werkgever moet volgens haar akkoord gaan omdat hij niet heeft aangetoond dat er zwaarwegende bedrijfsbelangen zijn.

Het verweer

De werkgever komt de werkneemster tegemoet met een voorstel om de uren te verminderen tot 20 uur per week te werken en de vrijdagmiddagdienst te verkorten tot 16.00 uur. Maar de spreiding van die 20 uren wil hij niet wijzigen. Juist op vrijdagmiddag is er het risico van onderbezetting omdat veel werknemers dan vrij nemen. De werkgever heeft op eigen kosten een bedrijf ingeschakeld om de situatie rond de oogklachten te onderzoeken.

Het oordeel

De rechter wijst de vordering van de werkneemster af. Hij is het eens met de werkgever dat het een feit van algemene bekendheid is dat werknemers graag op vrijdagmiddag vrij zijn. Omdat dit als algemeen bekend mag worden verondersteld, hoeft de werkgever niet te bewijzen dat de werkneemster, in het belang van de bezetting, beschikbaar moet kunnen zijn. Het belang van de werkneemster dat “het gewoon prettig is om vrijdagmiddag vrij te zijn”, weegt niet zwaarder dan het roostertechnische belang van de werkgever, oordeelt de rechter.
De situatie rond de oogklachten is nog onduidelijk zodat de rechter nu niet kan beoordelen of de werkneemster hier een zwaarder belang dan de werkgever heeft.

LJN BN9440
Rechtbank Almelo
Wet aanpassing arbeidsduur
Eerste aanleg
22 september 2010

Door mr. Ingrid Kooijman »

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.