Verdenking van het plegen van een misdrijf vormt geen gewichtige reden voor ontslag

0

Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat hij het
vertrouwen in werknemer heeft verloren, nadat deze is aangehouden op verdenking
van overtreding van de Opiumwet en/of het verrichten van
witwaspraktijken.

Werknemer is vanaf medio 2001 in dienst bij KLM, laatstelijk in de functie van olievuller. Voor de uitoefening van zijn functie moet werknemer beschikken over een Verklaring van Geen Bezwaar (VGB), omdat de functie wordt uitgeoefend binnen het beschermde gebied van Schiphol.

Werknemer is op 1 mei 2007 aangehouden op verdenking van overtreding van de Opiumwet en/of het verrichten van witwaspraktijken. Werkgever heeft daarop op 2 mei 2007 zijn Schipholpas geblokkeerd. Op grond van de Wet VeilligheidsOnderzoeken (WVO) is werkgever gehouden bij intrekking of weigering van de VGB zo spoedig mogelijk werknemer uit een vertrouwensfunctie te ontheffen.

Werkgever heeft werknemer met ingang van 4 mei 2007 geschorst en vanaf 5 mei 2007 vrijgesteld van werkzaamheden onder doorbetaling van loon. Werknemer heeft zich op 4 juni 2007 ziek gemeld.

De strafrechtadvocaat heeft verklaard dat er geen enkele aanwijzing is dat de gelden van een misdrijf afkomstig zijn en volgens hem is de kans zeer reëel dat werknemer zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat hij het vertrouwen in werknemer heeft verloren. Daarnaast is er geen passende functie voor werknemer voorhanden in verband met het ontbreken van een VGB. Werknemer voert aan dat het gestelde verlies van vertrouwen de ontbinding niet kan dragen, omdat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan het misdrijf waarvan hij wordt verdacht, hij een uitstekende staat van dienst heeft en nooit klachten over zijn functioneren heeft ontvangen. Werknemer heeft zich steeds beschikbaar gehouden voor het verrichten van passende werkzaamheden, welke volgens hem aanwezig zijn.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat de verdenking van het plegen van een misdrijf op zichzelf niet voldoende is om de conclusie te rechtvaardigen dat daardoor het vertrouwen van werkgever in werknemer zodanig is geschonden dat de voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet meer van hem kan worden gevergd.

Er zijn daartoe geen andere omstandigheden aangevoerd. De kantonrechter wijst het verzoek tot ontbinding af. Indien werknemer alsnog schuldig wordt bevonden aan het tenlastegelegde misdrijf, staat het werkgever vrij alsnog een ontbindingsverzoek in te dienen.

Bron: LJN BE8999

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer