Verboden tweede proeftijd

1

Een proeftijdbeding voor een functie in een bedrijf dat zeer nauwe banden heeft met het bedrijf waar de werknemer eerste werkte, is ongeldig.

Er is sprake van opvolgend werkgeverschap en voldoende inzicht in de vaardigheden van de werknemer.

De situatie

Een medewerker in de bediening werkt sinds 2009 in een Mexicaans restaurant. Met een ander restaurant wordt bij personeelskrapte personeel uitgewisseld. De band tussen de beide restaurants is als volgt: Het Mexicaanse restaurant is eigendom van F. F is ook de bedrijfsleider, en voor 12% eigenaar van het andere restaurant.
In maart 2010 geeft de werknemer aan dat hij liever in het andere restaurant wil werken. Vanaf dat moment wordt de situatie een beetje onduidelijk. Er is een – niet ondertekende – arbeidsovereenkomst ingaande 1 april. De werknemer beweert dat hij vanaf die datum in het restaurant heeft gewerkt. Maar de werkgever ontkent dat, en zegt dat het dienstverband pas op 1 juni tot stand is gekomen. Daar is een ondertekende arbeidsovereenkomst van, met een proeftijd van 2 maanden. De werknemer wordt vervolgens – volgens de werkgever in de proeftijd ontslagen.

De vordering

De werknemer stapt naar de rechter. Hij zegt dat de proeftijd -gerekend vanaf 1 april – al voorbij was en dat hij dus niet ontslagen kon worden. Hij vordert loondoorbetaling, en houdt zich beschikbaar voor werk.

Het oordeel

De rechter geeft aan dat er in een kort geding geen ruimte is voor bewijs en dat is wel nodig om de situatie van de datum van indiensttreding duidelijk te krijgen.
Maar de rechter vindt een andere weg door allereerst vast te stellen dat er nauwe banden zijn tussen de 2 restaurants waar de werknemer vrijwel dezelfde werkzaamheden verrichtte.
Waarschijnlijk zal de rechter in een bodemprocedure concluderen dat de banden zo nauw zijn dat de inzichten in de vaardigheden van de werknemer die het Mexicaanse restaurant had, ook bij het andere restaurant, de huidige werkgever, worden verondersteld. De huidige werkgever moet als opvolgend werkgever gezien worden en dat maakt het proeftijdbeding, in de arbeidsovereenkomst van 1 april of 1 juni sowieso ongeldig.
 
LJN BQ7760
Kantonrechter Amsterdam
Proeftijdbeding
Kort geding
12 december 2010

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. LJN BQ7760
    Kantonrechter Amsterdam Proeftijdbeding
    Kort geding
    12 december 2011

    Moet zijn:
    12 december 2010