Speelgoedzaak op vingers getikt om hoofddoek

3

De Commissie Gelijke Behandeling (CGB) heeft een speelgoedzaak uit Almelo op de vingers getikt. Die zou een Marokkaanse werkneemster niet meer hebben ingeroosterd omdat ze weigerde haar hoofddoek af te doen.

Daarmee heeft de winkel verboden onderscheid op grond van godsdienst gemaakt, stelt de commissie in een oordeel dat zij dinsdag heeft gepubliceerd.

Haar baas vroeg het tienermeisje in april vorig jaar of ze haar hoofddoek af wilde doen op het werk. Op dat moment werkte ze al ongeveer een jaar met bedekt hoofd in de winkel. De reden voor het verzoek was dat een klant had aangegeven niet te willen worden geholpen door iemand met een hoofddoek. Het meisje weigerde en daarom zou ze uit het rooster zijn gehaald.

De CGB vindt dat een winkel niet in mag gaan op klachten van klanten die ,,zijn ingegeven door problemen die zij hebben met de godsdienst van de werkneemster en de uiting die zij daaraan geeft door het dragen van een hoofddoek’’. ,,Dergelijke wensen van klanten zijn discriminerend.’’

De speelgoedzaak had overigens tegen de commissie betoogd dat ze het meisje niet had opgedragen, maar slechts had gevraagd zonder hoofddoek te werken. De winkel zou haar uit het rooster hebben gehaald omdat ze furieus en intimiderend reageerde. Ook was ze met haar vader bij de winkel langsgekomen, waarbij het tweetal flink stond te schreeuwen en discriminerende opmerkingen maakte.

De commissie concludeert na bestudering van de zaak echter dat er geen sprake was van een verzoek, maar van een opdracht. Ook stelt ze dat het meisje niet meer hoefde te komen vanwege haar weigering. Uitspraken van de CGB zijn juridisch niet bindend.

In België ontstond eerder dit jaar ophef nadat een HEMA-vestiging het contract van een islamitische caissière niet verlengde omdat ze haar hoofddoek niet wilde afdoen. Ook dat gebeurde nadat klanten over haar hadden geklaagd. Later kreeg ze een baan aangeboden als magazijnbediende, maar die weigerde ze.

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

3 reacties

  1. Het is weer hetzelfde verhaal over dit soort problemen.
    Een commissie (ooit in het leven geroepen door de linkse politiek) weet het weer beter.
    Deze betaalde commissieleden, die niet afhankelijk zijn van klanten bepalen wel wat een simpele ondernemer moet doen. Dat het zielige allochtone meisje samen met haar vader verhaal komt maken en de Nederlandse ondernemer voor alles uit mag maken, wordt niet in de beoordeling meegenomen.
    Deze commissie zit er ook niet voor de Nederlandse ondernemer, nee uitsluitend voor die zielige onderdrukte allochtonen medeburgers, die worden bij voorbaat in het gelijk gesteld.
    Er is dan ook geen wet die de Nederlandse burger beschermt tegen de bedreigende en scheldende jongeren, waar je direct van ziet dat hun roots niet in Nederland lagen.
    Het veiligst voor de ondernemers die een winkel hebben is om geen mensen aan te nemen, die vinden dat ze hun geloof nadrukkelijk moeten tonen. Dit geldt dus ook voor Nederlanders, maar die kom je in winkels (behalve dan bij winkels die artikelen voor een bepaald geloof verkopen) zelden tegen.
    Stop eens met deze grove vorm van zogenaamde linkse ?positieve? discriminatie, realiseer je dat wanneer je als Nederlander in een ander land wilt werken, je minstens hun cultuur moet leren kennen en respecteren. Laat deze commissie eens Turkije, Marokko gaan bezoeken en daar een tijdje te laten werken, dan leren ze dat het nog erger is, dan wat ze van Nederland vinden.
    Krijgen we eens de kans om geen zorgen te hebben over de groei van extreem rechtse partijen, want dan weten alle burgers in Nederland, dat iedereen in Nederland woonachtige burger dezelfde rechten hebben en kunnen we normaal naast elkaar leven.

  2. In Nederland is er een scheiding tussen kerk en staat. Het kan niet zo zijn dat je je geloof meeneemt naar je werk, want dat staat er volledig los van. Je geloof ongevraagd opdringen aan een ander is maatschappelijk verwerpelijk.

    Als ik een nudist was en aan zou geven dat dit mijn belevingsovertuiging is, dan kan ik toch ook niet een beroep doen op mijn overtuiging op mijn werk?

  3. In Nederland geldt er vrijheid van geloofsovertuiging en dit is een groot goed. In Nederland heeft het dragen van een hoofddoek nog nooit een probleem gevormd. Blijkbaar is het niet dragen ervan een stille wens van veel Nederlanders. Echter dien je de wens niet te gebruiken om deze gemeenschap uit te sluiten of ergens toe te dwingen.

    Dit leidt namelijk tot een maatschappelijke kloof die de problemen in ons gezamelijk leefklimaat alleen maar zal vergroten.

    Ik durf te beweren dat het meisje uit bovenstaande gebeurtenis slachtoffer is geworden opgedringde wensen. Het feit dat die ene klant of welke andere klant dan ook daar niet mee kan leven zegt iets over de kortzichtigheid en vrijheidsbeperkte gedachte van de klant. Dan vind ik het ook niet terecht dat de leiding daar op deze manier mee omsprong.

    Bovendien kunnen we alle mensen gebruiken die in onze maatschappij willen participeren. Want over een 10 tot 15 jaar zullen we met z’n allen moeten gaan zorgen voor de grote vergrijzing die in aantocht is.

    Ik denk dat ze tegen die tijd geen onderscheid meer zullen maken tussen mensen. Want uiteindelijk zijn we allemaal mensen die streven naar gelijkheid, vrijheid en erkenning. Daarbij past discrimineren niet in het straatje.