Slechthorende afwijzen voor glazenwassersbaan?

0

Een glazenwassersbedrijf wijst een kandidaat af voor een baan, vanwege het potentiële gevaar dat zijn slechthorendheid oplevert bij werken op hoogte. De man stapt naar de Commissie Gelijke Behandeling. Hij meent dat er sprake is van een ongeoorloofd onderscheid op grond van handicap.

Een glazenwassersbedrijf nodigt een man uit voor een kennismakingsgesprek voor de functie van glazenwasser. De man is slechthorend, hoort slechts 20 decibel, en wat hij hoort is ook afhankelijk van omgevingsgeluiden. Telefoneren is voor hem niet mogelijk, voor communicatie is hij onder meer afhankelijk van liplezen en communicatie via sms. Na het kennismakingsgesprek laat het bedrijf weten dat de keus niet op hem is gevallen vanwege zijn slechthorendheid omdat die een gevaar kan opleveren bij het werken op hoogte. De man stapt naar de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Hij meent dat er sprake is van een ongeoorloofd onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte. Hij vindt dat hij de functie van glazenwasser wel kan vervullen.

De situatie
Een glazenwassersbedrijf nodigt een man uit voor een kennismakingsgesprek voor de functie van glazenwasser. De man is slechthorend, hoort slechts 20 decibel, en wat hij hoort is ook afhankelijk van omgevingsgeluiden. Telefoneren is voor hem niet mogelijk, voor communicatie is hij onder meer afhankelijk van liplezen en communicatie via sms.

Na het kennismakingsgesprek laat het bedrijf weten dat de keus niet op hem is gevallen vanwege zijn slechthorendheid omdat die een gevaar kan opleveren bij het werken op hoogte. De man stapt naar de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Hij meent dat er sprake is van een ongeoorloofd onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte. Hij vindt dat hij de functie van glazenwasser wel kan vervullen.

Verboden onderscheid?
Volgens de Wet gelijke behandeling kan er pas sprake zijn van verboden onderscheid als vaststaat dat de betrokkene ‘ geschikt’ is voor de functie; dat betekent dat de kandidaat bekwaam, tot het werk in staat en beschikbaar is.

Als een werkgever een sollicitant afwijst omdat hij door een handicap of chronische ziekte de functie niet kan vervullen, is er in principe geen verboden onderscheid. Dat wordt anders als de werkgever doeltreffende aanpassingen kan doen waardoor de sollicitant alsnog de functie kan vervullen. Die aanpassingen mogen geen onevenredige belasting voor de werkgever vormen.

Onderscheid maken op grond van handicap of chronische ziekte is wel toegestaan als de veiligheid en gezondheid in het geding zijn. Maar een beroep op die uitzondering moet wel heel goed gemotiveerd worden.

Het gevaar volgens de werkgever
Het bedrijf in deze zaak stelt dat in het glazenwassersvak communicatie van groot belang is voor de veiligheid; het werk behoort tot de zwaarste klasse als het gaat om beroeps- en ongevallenrisico’ s. Omdat het bedrijf een goede indruk had van de man, heeft het contact opgenomen met het UWV en de Raad voor Arbeidsverhoudingen in de Schoonmaak- en Glazenwassersbranche om meer informatie in te winnen. Toch was het eindoordeel dat de man door de slechthorendheid niet geschikt was voor de beschikbare functie van glazenwasser.

Het oordeel
In dit geval was het college het met het bedrijf eens dat de veiligheid hier in het geding was. In de functie van glazenwasser kunnen zich op grote hoogte bijzondere risico’ s voordoen die niet te voorzien zijn. De veiligheidsrisico’ s van de slechthorendheid kunnen niet door doeltreffende aanpassingen weggenomen worden. Het college oordeelt dat er geen verboden onderscheid is gemaakt.

Gegevens rechtszaak:CGB oordeel 2013-114, datum uitspraak: 13 september 2013

Lees meer over:

Over Auteur

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.