Schorsing niet gerechtvaardigd na afronden onderzoek

0

Een werknemer blijft geschorst na afronding van onderzoek. Werknemer wil dat schorsing wordt opgeheven, want er zou geen onwerkbare situatie zijn ontstaan.

De situatie

Een assurantiebemiddelingsbedrijf heeft een accountmanager al meer dan 20 jaar in dienst als blijkt dat de werknemer waarschijnlijk ernstig te kort is geschoten in zijn werk. Hij heeft verzekeringspremies voor een grote klant gebaseerd op oude loonsommen en te lage omzetten (8 in plaats van 87 miljoen). De werkgever start een onderzoek en de werknemer wordt op non-actief gesteld. Het onderzoek is niet geheel eenduidig in de conclusie: er wordt gesproken van verzuim èn van fouten gemaakt door onkunde. De werkgever laat de op non-actief stelling voortduren en dient een ontbindingsverzoek in. Daarnaast meldt de werkgever het incident bij de AFM, de Autoriteit  Financiële Markten.

De vraag

De werknemer wil dat de op non-actiefstelling wordt opgeheven en dat hij weer toegang krijgt tot zijn werk met alle daarbij behorende faciliteiten. Hij vindt dat de werkgever geen zwaarwegend belang heeft bij de voortzetting van de op non-actiefstelling. De werknemer vindt dat er geen onwerkbare situatie ontstaat als hij weer aan de slag gaat. Hij wil ook een schriftelijke rehabilitatie en intrekking van de melding bij de AFM.

Het oordeel

De kantonrechter oordeelt dat de schorsing met onmiddellijke ingang moet worden opgeheven. De werkgever had in eerste instantie een goede reden voor de op non-actiefstelling: zolang er vermoedens waren en het onderzoek nog niet was afgerond. Dat belang was er niet meer na het afronden van het onderzoek waar in de conclusie wordt gesproken van verzuim, een vermoeden van ‘kennelijke opzet’ en onkunde. De werkgever heeft niet kunnen aantonen waarom de werknemer, die in ieder geval tot 2008 goed functioneerde, na het onderzoek niet zijn eigen werk of aangepast werk kon doen. Een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is op zichzelf geen reden voor een op non-actiefstelling.

De vordering tot rehabilitatie wordt afgewezen omdat de eerste periode van de op non-actiefstelling gerechtvaardigd was, de op non-actiefstelling nu wordt opgeheven en omdat in het kort geding geen onderzoek wordt gedaan naar de ernst van het verzuim. Over het intrekken van de melding bij de AFM zegt de rechter dat de werkgever op grond van de wet Financiële Dienstverlening de plicht heeft om een incident te melden. En dat is ook gebeurd.

Op non-actiefstelling en goed werkgeverschap

Er is geen wettelijke regeling voor schorsing en op non-actiefstelling. De rechtmatigheid wordt beoordeeld op grond van het goed werkgeverschap uit artikel 7:611 BW. De vraag die beantwoord moet worden is of de werkgever zich goed heeft gedragen door een werknemer op non-actief te stellen. De belangen van de beide partijen worden daarbij gewogen. De werkgever moet een redelijke grond hebben, of er moet een onwerkbare situatie ontstaan als de werknemer weer aan het werk gaat.

Verschil schorsing en op non-actiefstelling

De termen schorsing en op-nonactiefstelling worden vaak door elkaar gebruikt. Ook in deze uitspraak werden beide termen gehanteerd. Juridisch gezien bestaat er geen verschil tussen deze twee. In de praktijk is er bij schorsing meestal sprake van verwijtbaar gedrag van de werknemer. Het wordt dan ook vaak als disciplinaire maatregel gebruikt. Op non-actiefstelling wordt, bijvoorbeeld zoals in bovenstaande situatie, gebruikt om zaken nader te onderzoeken. Er is dan nog geen sprake van schuld. Een werknemer kan altijd in een kort geding weder te werkstelling vorderen.

Bron: LJN BJ 6520
Rechtbank Arnhem
Kort geding
16 augustus 2009

Door mr. Ingrid Kooijman

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer