Passend werk wordt bedongen arbeid. Nieuwe 104-weken periode.

0

Een goed werkgever moet nieuwe arbeidsovereenkomst aanbieden als passende arbeid de bedongen wordt. In dit geval was het moment waarop de werknemer dat had moeten doen allang verstreken.

De passende arbeid was naar het oordeel van de kantonrechter de bedongen arbeid geworden. Toen de werknemer opnieuw ziek werd, met andere klachten, begon er een nieuwe loondoorbetalingstermijn van 104.

De situatie

Een werknemer bij een aannemersbedrijf wordt in 1998 arbeidsongeschikt. Per maart 1999 verricht hij passende arbeid en ontvangt hij een gedeeltelijke WAO-uitkering. In 2003 wordt een taakbeschrijving gemaakt van de werkzaamheden die hij sinds oktober 2002 verricht: een combinatie van magazijn- en timmerwerk.  In 2009 wordt hij vanwege zijn slechtere fysieke toestand aangemeld voor een loopbaantraject. Over de uitvoering daarvan is een geschil ontstaan. De werkgever heeft het salaris stopgezet omdat hij meent dat zijn loondoorbetalingsverplichting er al ruimschoots op zit.

De vordering

De werknemer meent dat er in 2009 een nieuwe ziekteperiode is ontstaan en vordert in kort geding onder ander betaling van achterstallig loon en stipte loonbetaling tot het einde van de arbeidsovereenkomst.

Het oordeel

De kantonrechter overweegt dat als de werknemer passende arbeid verricht, de arbeidsovereenkomst gewoon in stand blijft. Maar als duidelijk wordt dat een werknemer zijn oorspronkelijk werk definitief niet meer kan doen, mag van een goed werkgever verwacht worden dat hij de werknemer een nieuwe arbeidsovereenkomst aanbiedt die toegesneden is op de nieuwe werkzaamheden. Dit is af te leiden uit de wetsgeschiedenis en de literatuur.

Wanneer nieuw contract?

De vraag is wanneer een nieuw contract moet worden aangeboden. Het moet in ieder geval duidelijk moet zijn dat er geen nieuwe uitval te voorzien is en er moet sprake zijn van een geslaagde re-integratie. Als er te snel een nieuwe arbeidsovereenkomst wordt aangeboden, wordt de werkgever bij nieuwe uitval opnieuw geconfronteerd met een loondoorbetalingsperiode van 104 weken. Duurt het te lang dan loopt de werknemer het risico dat bij nieuwe uitval zijn loon niet wordt doorbetaald. Ergens zit een omslagpunt. Volgens sommige auteurs volgt dat omslagpunt vrij snel.

In dit geval oordeelt de kantonrechter dat het omslagpunt allang bereikt. Er was geen plan van aanpak, geen case manager en geen re-integratiedossier. De werknemer mocht er daarom van uit gaan dat er geen sprake meer was van een lopende re-integratie en dat de passende arbeid zijn bedongen arbeid was geworden.

Daarnaast gaat het om andere klachten dan bij de oorspronkelijk ziekmelding. De kantonrechter wijst de vordering van de werknemer toe. Op het moment van de ziekmelding is een nieuwe loondoorbetalingstermijn begonnen.

LJN BK5511
Kantonrechter Utrecht
art. 7:629 (loondoorbetalingsverplichting) en 7:658a BW (passende arbeid)
Kort geding
07 december 2009

Door mr. Ingrid Kooijman

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer