Ontslagvergunning ook voor buitenlandse werknemers

0

Ook voor buitenlandse werknemers kan een ontslagvergunning van het UWV nodig zijn. De opvatting dat zo’n vergunning niet nodig is als de werknemer niet terugvalt op de Nederlandse arbeidsmarkt is achterhaald, bevestigt de Hoge Raad.

 

De situatie

Een Amerikaanse werknemer komt op 30 juni 2005 in dienst bij Nuon op basis van een contract van drie jaar dat tussentijds kan worden opgezegd. De werkgever zegt de arbeidsovereenkomst op tegen 28 oktober 2006, zonder toestemming van het UWV (art. 6 BBA). De werknemer meent dat de toestemming wel vereist is en vernietigt de opzegging.

Kantonrechter

De werkgever doet twee dingen: hij dient eerst een ontbindingsverzoek voor zover vereist in bij de kantonrechter. Dat verzoek wordt toegewezen per 1 januari 2007 onder toekenning van een vergoeding voor de werknemer. Daarnaast vraagt de werkgever de kantonrechter om een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst door de opzegging rechtsgeldig is geëindigd per 28 oktober 2006. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer het ontslag terecht heeft vernietigd en wijst de vordering af.

Gerechtshof

De werkgever gaat in hoger beroep en stelt dat toestemming van het UWV niet nodig was omdat de Amerikaanse werknemer niet terug zou vallen op de Nederlandse arbeidsmarkt en omdat de werkzaamheden internationaal van aard zijn.
Het hof overweegt dat de bescherming die het BBA beoogde van de sociaaleconomische verhoudingen in Nederland achterhaald is, mede gelet op het vrije verkeer van werknemers in de EU. De bescherming van werknemers tegen sociaal ongerechtvaardigd ontslag is nog wel actueel. En daarop moet de nadruk worden gelegd. Het hof vindt in deze zaak dat de werknemer ook recht heeft op bescherming. Zijn situatie is vergelijkbaar met die van Nederlandse werknemers die wel bescherming genieten: hij werkte in Nederland, voor een Nederlandse werkgever, het Nederlands recht was van toepassing op de overeenkomst en er was geen uitzicht op structurele tewerkstelling in het buitenland.

Het oordeel van de Hoge Raad

De Hoge Raad bevestigt de uitspraak van het hof en de werknemer wint de zaak. De werkgever betoogde dat het een onbegrijpelijk oordeel was dat wel een ontslagtoestemming nodig was terwijl volgens het hof de Nederlandse arbeidsmarkt niet langer beschermd hoeft te worden door het BBA. De Raad overweegt dat beide doelen van het BBA, de bescherming van de Nederlandse arbeidsmarkt en de bescherming tegen sociaal ongerechtvaardigd ontslag, nog steeds van belang zijn.
De Hoge Raad stelt dat er vier factoren van belang zijn voor de vraag of toestemming moet worden gevraagd:

  • het op de arbeidsovereenkomst toepasselijke recht;
  • de plaats van de werkzaamheden;
  • de vestigingsplaats van de werkgever;
  • het uitzicht op een nieuwe structurele aanstelling elders. .

In deze zaak maakte het geen wezenlijk verschil dat de werkzaamheden een internationaal karakter droegen en dat de werknemer niet terugviel op de Nederlandse arbeidsmarkt

LJN BU8512
Hoge Raad
Ontslagvergunning
Cassatie
24 februari 2012

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.