Ontbindingsverzoek jaar van tevoren niet prematuur

0

Een verzoek tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst een jaar voor de gewenste einddatum is niet prematuur, oordeelt de rechter. Op uitdrukkelijk verzoek van de werkneemster wordt wel de voorwaarde gesteld dat als de financiële situatie van de werkgever voor die tijd is verbeterd, de ontbinding niet doorgaat.

De situatie

Een instelling voor cultuureducatie en amateurkunst moet reorganiseren omdat de organisatie waarschijnlijk 35% minder inkomsten aan subsidies gaat ontvangen. Er wordt een reorganisatieplan gemaakt en er moeten 10 fte s verdwijnen. Voor een deel van het (onderwijzend) personeel is geen toestemming van het UWV of de kantonrechter vereist (art. 2 BBA). De werkgever heeft de 53-jarige werkneemster in kwestie deeltijdontslag aangezegd voor 0,15 fte, met een opzegtermijn van 15 maanden, per 22 augustus 2011. Omdat er geen vergunning van het UWV is, dient de werkgever een ontbindingsverzoek in. De werkneemster heeft een contract voor 0,65 fte en is al sinds 1978 in dienst.

Het verweer

De werkneemster vindt het ontbindingsverzoek prematuur. Dat verzoek had ook in 2012 ingediend kunnen worden en er is ook geen enkele reden om dat nu al te doen.

Het oordeel

De rechter vindt het geen probleem dat het ontbindingsverzoek al zo vroeg wordt ingediend. De werkgever zou ook al per een eerdere datum om ontbinding kunnen verzoeken als de financiële situatie dat vereist. De werkgever probeert juist fatsoenlijk te handelen. De rechter ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 december 2012 gedeeltelijk. Andere medewerkers voor wie geen ontslagvergunning nodig is, hebben ook al ontslag aangezegd gekregen per diezelfde datum. Als de arbeidsovereenkomst van deze medewerkster tegen een andere datum wordt ontbonden, ontstaat er rechtsongelijkheid, oordeelt de rechter.
De werkgever heeft aangegeven dat het de bedoeling is om als er toch voldoende geld is, de werkneemster volledig in dienst te houden. Daarom verbindt de rechter een voorwaarde aan de beschikking: als de financiële situatie van de werkgever op 1 december 2012 is verbeterd en er is voldoende geld en werk voor de werkneemster, zal de ontbinding niet van kracht worden.
De rechter ziet geen reden om de werkneemster een andere ontslagvergoeding toe te kennen dan die waarin wordt voorzien door het sociaal plan dat samen met de or en de vakbonden is opgesteld.

Deeltijdontslag

Over de mogelijkheid van deeltijdontslag bestaat geen overeenstemming. Voorstanders zeggen dat gedeeltelijke ontbinding gewoon een praktische oplossing is. Tegenstanders stellen dat de rechtsbetrekking tussen werkgever en werknemer ondeelbaar is en dat in een ontbindingsprocedure de inhoud van die rechtsbetrekking niet gewijzigd kan worden. Toch past de rechter hier deeltijdontslag toe zonder er veel woorden aan vuil te maken. In de uitspraak staat slechts: De kantonrechter is van oordeel dat de financiële situatie van (de werkgever) een verandering in de omstandigheden betreft die de gedeeltelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst met (de werkneemster) rechtvaardigt.

Zie ook:
> Eenzijdige urenvermindering toegestaan door kantonrechter
> Gedeeltelijke ontbinding initiatief kantonrechter
> Deeltijdontslag mag niet. Ontbinding afgewezen.

LJN BV2306
Rechtbank Den Bosch
Eerste aanleg
Ontbinding onder voorwaarde
16 januari 2012

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.