Ontbinding na intrekken verzoek door werkgever

0

Werkgever trekt ontbindingsverzoek in. Werknemer dient daarop zelf een ontbindingsverzoek in.

Zowel werkgever als werknemer kunnen een verzoek indienen bij de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Bijvoorbeeld wegens verandering in de omstandigheden zoals een verstoorde arbeidsrelatie of een reorganisatie. Het lijkt er op dat maar weinig werknemers van deze mogelijkheid gebruik maken. In onderstaande twee gevallen diende de werkgever eerst een verzoek tot ontbinding in. Beide werkgevers trokken het verzoek in nadat de kantonrechter  ontslagvergoeding toekende die zo rond de 200.000 lag. De werknemers dienden daarop alsnog zelf een verzoek in.

Situatie  I

In het eerste geval  (JAR 2009/154) dient de werkgever een verzoek tot ontbinding in wegens verandering in de omstandigheden. De werkgever heeft geen vertrouwen meer in de werknemer. De kantonrechter kent een ontslagvergoeding tot van ruim € 200.000. De werkgever trekt het ontbindingsverzoek vervolgens in. Er volgen  drie gesprekken en een aanbod voor mediation maar de werknemer heeft geen vertrouwen meer in de de samenwerking. Hij dient zelf een verzoek tot ontbinding in.

Oordeel I

De feiten en omstandigheden uit de eerste ontbindingsprocedure zijn hetzelfde, die worden dus niet opnieuw aan het oordeel van de kantonrechter onderworpen. De kantonrechter vindt dat de werknemer de gesprekken met de werkgever te vroeg heeft afgebroken. Er is kennelijk iets geknapt bij de werknemer en dat is niet onbegrijpelijk maar hij heeft toch de werkgever te weinig kans gegeven om het vertrouwen te herstellen. De werkgever heeft zich als goed werkgever gedragen en zich voldoende ingespannen. Dit laatste kan niet van de werknemer gezegd worden. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, met toekenning van een vergoeding op basis van de kantonrechtersformule. De correctiefactor is 0,65 gezien de geschetste omstandigheden. De vergoeding komt daarmee aanzienlijk lager uit dan in de eerste procedure: € 60.000.

Situatie II

In het tweede geval (LJN BI8579) gaat het om een werkgever die vanaf 2001 een leerkracht meerdere malen op non-actief stelt, schorst en herplaatst wegens onvoldoende functioneren. De werknemer is meerdere malen met succes in beroep gegaan tegen de schorsingen. De werkgever dient uiteindelijk een verzoek tot ontbinding in. De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsverhouding zeer verstoord is en dat partijen snel van elkaar bevrijd moeten worden. Er wordt een ontslagvergoeding van € 190.000 aan de werknemer toegekend. De werkgever trekt daarop het ontbindingsverzoek, geeft aan lering te willen trekken uit het verleden en wil de werknemer een faire kans bieden op een doorstart. De werknemer gelooft daar niet in en dient zelf een verzoek tot ontbinding in en vordert ook een immateriële schadevergoeding/smartengeld.

Oordeel II

De kantonrechter vindt de koerswijziging van de werkgever ook niet geloofwaardig. De werkgever heeft aangegeven de werknemer ongeschikt te vinden voor zijn werkzaamheden. Het feit dat er bestuurs- en directiewisselingen hebben plaatsgevonden is ook niet voldoende. De arbeidsverhouding is dus nog steeds zeer verstoord. Er wordt een schadevergoeding toegekend die de werknemer in een vergelijkbare positie brengt als wanneer hij tot zijn 65e als  was blijven werken: €163.000. De gevraagde immateriële schadevergoeding van €25.000 wordt toegekend omdat de werkgever onnodig grievend te werk is gegaan en de werknemer daardoor pijnlijk heeft getroffen

Bron: JAR 2009/154 en LJN BI8579
kantonrechter ‘s Hertogenbosch en Heerlen
Procedure: enkelvoudig – eerste aanleg
Datum: 04-06-2009 en 19-02-2009

Door mr. Ingrid Kooijman

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer