Ontbindigsverzoek werkneemster na opzegging door werkgever

0

Werkgever heeft via het CWI een ontslagvergunning verkregen. In augustus
verneemt werkneemster dat de arbeidsovereenkomst in november ontbonden wordt.
Werkneemster verzoekt vervolgens bij de kantonrechter een eerdere ontbinding van
de overeenkomst.

Werkgever heeft op 22 augustus 2008 met toestemming van CWI de arbeidsovereenkomst schriftelijk opgezegd per 1 november 2008. De functie van werkneemster komt door een reorganisatie te vervallen. Werkgever heeft werkneemster vrijgesteld van werkzaamheden.

Werkneemster verzoekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tegen een datum vóór 1 november. Ook eist ze een ontslagvergoeding van € 59.097,60 (C= 1). Werkneemster stelt dat zij altijd goed heeft gefunctioneerd en over relevante ervaring en kennis beschikt. Door de plotselinge opzegging is voor werkneemster een onzekere periode ontstaan. Werkneemster heeft last van hyperventilatie en hoge bloeddruk gekregen. De reorganisatie komt geheel voor risico van de werkgever en daarom zou een financiële vergoeding op zijn plaats zijn.

Werkgever stelt dat de kantonrechter gehouden is aan de beslissing van het CWI en de ontslaggronden niet opnieuw kan toetsen. Werkneemster is enkel uit op een financiële vergoeding zonder gewichtige redenen aan te voeren.

De kantonrechter oordeelt dat het ontbindingsverzoek weliswaar uitsluitend is ingediend om een vergoeding te krijgen, maar dat werkneemster daarmee nog niet een ‘gelukzoeker’ is.

Wat betreft de reorganisatie als grond voor de ontslagvergunning kan de kantonrechter slechts marginaal toetsen. De gevolgen van de reorganisatie komen geheel voor risico van werkgever. Gezien het lange dienstverband van werkneemster, haar slechte gezondheid en haar leeftijd, had van werkgever mogen worden verwacht een vergoeding te hebben toegekend aan werkneemster.

De door werkneemster gestelde psychische en lichamelijke klachten blijven voor het bepalen van de vergoeding buiten beschouwing, omdat onvoldoende is gesteld dat die klachten voorzienbaar waren.

De kantonrechter kent een vergoeding toe van € 41.472,- bruto (correctiefactor 1) en ontbindt de arbeidsovereenkomst.

Bron: LJN BG5685
Kantonrechter Zaandam
Datum 30-10-2008

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer