Ongeoorloofd cameratoezicht: werknemer krijgt billijke vergoeding

0

Een werkgever die drie werknemers wil ontslaan nadat zij het bedrijf aanspraken op ongeoorloofd cameratoezicht op de werkvloer, moet forse billijke vergoedingen betalen.

De situatie

Een groothandel in automaterialen heeft sinds 2008 camera’s hangen in een aantal ruimtes. Bij de ingang hangt een bordje dat er cameratoezicht is in het bedrijf. Omdat er wel eens geld is verdwenen, wordt er begin 2014 een verborgen camera geplaatst in het kantoor waar kasgeld wordt geteld. In 2015 wordt er ook een verborgen camera in de showroom opgehangen omdat daar al drie keer een slagmoersleutel van ruim 400 euro is verdwenen.

In april 2015 ontdekt een aantal medewerkers de camera in de showroom. Het bedrijf houdt een kantinebijeenkomst over het gebruik van camera’s binnen het bedrijf.

Maar die bijeenkomst neemt kennelijk niet het ongenoegen en de bezorgdheid van de medewerkers weg. In oktober 2015 stuurt het personeel een brief naar de directie. In de brief wordt uitgelegd dat het bedrijf onder andere de privacyregels schendt. De brief sluit af met een verzoek om de camera’s te verwijderen. En met de voetnoot dat als er een goede reden is voor de camera’s, het personeel dit graag hoort. De brief is ondertekend met ‘Uw personeel’ en er zijn 17 verklaringen van werknemers aan toegevoegd.

De directie gaat niet in gesprek met het personeel maar vraagt onder het personeel na wie de initiatiefnemers van de brief zijn. Daar komen de drie namen van de werknemers uit waarvoor de werkgever later een ontslagverzoek doet.

Op 9 oktober worden de drie voor een gesprek opgeroepen, op non-actief gesteld en onder begeleiding het bedrijf uit geleid. Het bedrijf stelt vervolgens een onderzoek in naar de gedragingen van de drie werknemers.

Bij de rechter

Het bedrijf stapt naar de kantonrechter en vraagt voor elk van de drie medewerkers afzonderlijk om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, onder meer op grond van verstoring van de arbeidsrelatie. Bij alle drie is het incident met de brief een reden en bij alle drie afzonderlijk onderbouwt het bedrijf het verzoek ook nog met negatieve bevindingen uit het onderzoek. De drie zaken worden tegelijkertijd behandeld.

Het oordeel

Per werknemer gaat de rechter in op de aantijgingen die onder meer uit het onderzoek naar voren kwamen en op eerder vermeend disfunctioneren. Maar de overwegingen over het cameratoezicht zijn doorslaggevend.

De rechter overweegt daarover dat bedrijven gebruik kunnen maken van cameratoezicht als ze zich maar houden aan de voorwaarden die daarvoor bestaan, zoals die uit de Wet bescherming persoonsgegevens, de Wet op de ondernemingsraden en het Wetboek van Strafrecht. Verborgen camera’s mogen alleen als uiterste redmiddel en alleen tijdelijk ingezet worden. Daarnaast moeten werknemers ook weten dat er verborgen camera’s kunnen worden ingezet op hun werkplek. De werkgever heeft bij het inzetten van de verborgen camera steken laten vallen.

Zo is er geen ondernemingsraad ingelicht en is het cameratoezicht niet gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Maar nog los daarvan had de brief voor het bedrijf een reden moeten zijn om in gesprek te gaan met de medewerkers.

Een keurige brief

En met die brief die de werknemers aan hun werkgever hebben gestuurd, was op zich niets mis. De rechter bestempelt de brief aan de directie als een keurige brief waarin concrete zorgen en bezwaren worden neergelegd.

De werkgever heeft met de acties daarna ernstig verwijtbaar gehandeld. De rechter noemt de manier waarop de medewerkers zijn ondervraagd, ongepast. Ze zijn een voor een opgeroepen voor een gesprek met de voltallige directie en twee leidinggevenden. Dat riekt naar intimidatie, aldus de rechter. En die reactie past zeker niet bij de keurige brief. De non-actiefstelling is volgens de rechter ook een ongepaste en te zware sanctie geweest. De kantonrechter vindt ook de wijze waarop de werknemers naar buiten zijn begeleid onnodig kwetsend.

Ernstig verwijtbaar handelen

De rechter concludeert dat de verstoring van de arbeidsrelatie geheel of grotendeels voor rekening van de werkgever komt. Die heeft de zaak nodeloos opgeklopt en laten escaleren en op geen enkele wijze aandacht getoond voor de gevolgen van zijn handelen voor de werknemers, en ook geen blijk gegeven van het feit dat het handelen niet proportioneel was. De werkgever bleef ook tijdens de rechtszaak achter zijn handelswijze staan. De rechter ontbindt alle drie de arbeidsovereenkomsten.

De details in de verschillende zaken wijken van elkaar af. Alle drie de medewerkers kregen een transitievergoeding. Daarnaast kregen ze alle drie een billijke vergoeding. De twee werknemers die acht jaar in dienst waren, kregen een vergoeding van 15.000 euro. De werknemer die al twintig jaar in dienst was, een onberispelijke staat van dienst had en ten onrechte werd beschuldigd van malversaties, een billijke vergoeding van 48.000 euro.

 

 

Gegevens rechtszaak: 24 februari 2016 ECLI:NL:RBNNE:2016:715ECLI:NL:RBNNE:2016:713

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.