Nieuwe standplaats te ver van huis

0

Een kapper vraagt van zes van zijn kapsters om na een brand in de salon in de nieuwe kapsalon te gaan werken. Maar die ligt ruim een uur verder reizen dan de oude. De kapsters vinden dat een onredelijke vraag en stappen naar de rechter.

De situatie
In november 2013 brandt een kapsalon af. De eigenaar zorgt ervoor dat de kapsters tijdelijk bij een collega-kapper kunnen werken totdat er een noodunit wordt geplaatst vlak bij de oorspronkelijke kapsalon. De stroom komt van de verhuurder van de voormalige kapsalon. Als de werkgever een huurgeschil krijgt met de verhuurder, sluit die de stroomtoevoer af en gaan de kapsters weer tijdelijk bij een collega-kapper werken.

Eind februari 2014 laat de werkgever weten dat hij een nieuwe kapsalon opent op een andere locatie. Voor de extra reistijd, die volgens de werkgever twee uur per dag bedraagt, wil hij drie maanden lang een uur van die reistijd beschouwen als werktijd.

De kapsters zijn het niet eens met deze oplossing en laten zich vertegenwoordigen door FNV Mooi, die regelt dat ze betaald thuis mogen blijven terwijl er naar een oplossing wordt gezocht. Maar de werkgever betaalt niet uit.


Bij de rechter
De kapsters stappen naar de rechter om doorbetaling van hun loon te vorderen voor de periode die hun arbeidsovereenkomst nog voortduurt. Dat ze niet kunnen werken, komt voor risico van de werkgever, vinden ze. Ze hebben zich ook steeds beschikbaar gehouden voor werk.

De werkgever vindt dat hij geen loon meer hoeft te betalen. Hij heeft alles gedaan om na de brand oplossingen te zoeken. En nu weigeren de kapsters aan het werk te gaan terwijl hij toch een aanbod voor compensatie van de reistijd heeft gedaan. Bij een aantal kapsters staat de mogelijkheid tot standplaatswijziging zelfs in het arbeidscontract.


Het oordeel
De rechter bekijkt of de standplaatswijziging een redelijk voorstel is dat de werkneemsters moesten aanvaarden. De werkgever had zeker een goede reden voor het voorstel, vindt de rechter, maar de toename van de reistijd is onaanvaardbaar. Zo heeft de werkgever bijvoorbeeld ook geen compensatie aangeboden voor de extra reiskosten en ook geen rekening gehouden met de verlenging van de werkdag.

Voor de werkneemsters met de mogelijkheid tot een standplaatswijziging in hun contract geldt dat de werkgever een zodanig zwaarwegend belang bij de wijziging moet hebben dat het belang van de werknemer daarvoor moet wijken. En dat belang heeft de werkgever niet voldoende aangetoond. De werkgever moet de salarissen van de zes kapsters doorbetalen totdat hun arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd.

Gegevens rechtszaak:

ECLI:NL:RBOBR:2014:2526
Datum uitspraak: 1 mei 2014
Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.