Na afwijzen voorstel over payrollconstructie geen vast contract

3

Een taxichauffeur werkt na afloop van zijn derde arbeidsovereenkomst gewoon door. De werkgever heeft hem een contract via een payroller aangeboden maar dat aanbod heeft de werknemer afgewezen. De werknemer mocht niet aannemen dat zijn contract stilzwijgend was verlengd.

 

De situatie

Een taxichauffeur heeft tijdens zijn derde tijdelijke arbeidsovereenkomst een gesprek met de werkgever over de toekomst. De werkgever biedt hem per 1 augustus 2011 een contract aan via een payrollbedrijf. Als de werknemer op 8 augustus aangeeft dat hij niet akkoord gaat met de payrollconstructie, wordt hij per direct op non-actief gezet. De werknemer schrijft dezelfde dag nog een brief waarin hij aangeeft dat hij nu een contract voor onbepaalde tijd heeft en dat hij het niet eens is met de opnon-actiefstelling. De werkgever reageert met een brief waarin staat dat de arbeidsovereenkomst per 31 juli is geëindigd en niet is verlengd. Dat is in juli al schriftelijk bevestigd en er is ook een eindafrekening gemaakt.

De vordering

De werknemer is het daar niet mee eens en spant een kort geding aan. De rechter wijst de vorderingen van de werknemer af. De werknemer vindt die uitspraak onterecht en gaat in hoger beroep.

Het oordeel

Het hof laat het voorlopig oordeel van de rechter in stand.
Om te beoordelen of het hier om conversie van een tijdelijke arbeidsovereenkomst naar een vast contract gaat, moet eerst vastgesteld worden of er een serie van meer dan drie opeenvolgende arbeidsovereenkomsten was. De rechter stelt vast dat er tussen de werkgever en de werknemer 3 opeenvolgende tijdelijke contracten zijn geweest. De vraag is of de laatste arbeidsovereenkomst stilzwijgend is voortgezet en er daarmee een vierde arbeidsovereenkomst was. Omdat er geen schriftelijke verlenging is geweest, is het de vraag of de werknemer uit de gedragingen van de werkgever mocht opmaken dat die de arbeidsovereenkomst wilde voortzetten (LJN BA6755).
De werknemer voert aan dat hij een salarisstrook heeft ontvangen over augustus, maar de rechter vindt het duidelijk genoeg dat dit een eindafrekening was omdat er geen periodesalaris op stond maar alleen posten die nog met de werknemer moesten worden afgerekend.
Voor de werknemer had uit alle omstandigheden duidelijk moeten zijn dat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet wilde verlengen.

LJN BV6590
Hof Leeuwarden
Keten van arbeidsovereenkomsten
Hoger beroep kort geding
21 februari 2012

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

3 reacties

  1. Het verbaast me nogal hoe een advocaat zo’n verloren zaak tot en met hoger beroep voert.
    Ik was de gemachtigde persoon voor de werkgever in deze zaak en in eerste instantie was het al duidelijk dat de werknemer niet uit goeder trouw handelde, per se een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijde wilde afdwingen.

    Heel jammer dat een advocaat zijn cli?nt niet beter adviseert eigenlijk. Nu heeft hij de proceskosten van beide rechtszaken.

    Groet, Adriana

  2. @adriana

    Waarschijnlijk rechtsbijstandsverzekering of vergoeding ivm laag inkomen.

  3. Een rechtsbijstandverzekering dekt meestal geen proceskosten. Absoluut geen proceskosten van hoger beroep.