Minimaal recht op drie uur loon?

0

Soms moet een oproepkracht minimaal drie uur per oproep uitbetaald krijgen. Dat hoeft niet als het rooster vooraf voldoende duidelijk is. Een praktijkvoorbeeld uit de rechtspraak, over exacte tijdstippen en onplanbare werkzaamheden.

 

De situatie

Een mortuariummedewerkster werkt op basis van een vooraf vastgesteld dienstrooster. Ze heeft, roulerend met twee andere collega’s, beschikbaarheidsdienst in een repeterend patroon van zeven dagen van twaalf uur dagdienst, zeven dagen van twaalf uur nachtdienst en zeven dagen vrij. De medewerkster krijgt een vaste brutovergoeding per maand voor de beschikbaarheid en de werkzaamheden en daarnaast krijgt ze een brutovergoeding per verrichte handeling, zoals het ophalen van de overledene uit het ziekenhuis en naar het mortuarium brengen, het  afgeven van de overledene aan de uitvaartondernemer, het aanwezig zijn bij familiebezoek aan de overledene en de bijbehorende huishoudelijke en administratieve taken.
Elke maand declareert de werkneemster haar werkzaamheden met een overzicht van de data waarop ze heeft gewerkt en de handelingen die zij per overledene heeft verricht.
Ze stapt op een bepaald moment naar de rechter omdat ze vindt dat ze recht heeft op minimaal drie uur loon per oproep (art. 7:628a BW). De kantonrechter wijst al haar vorderingen af en ze gaat in hoger beroep.

Oordeel van het hof

Ook het hof wijst de vorderingen af. Artikel 7:628a BW kent twee situaties waarin een werknemer recht heeft op minimaal drie uur loon per dienst:

  1. Als er een arbeidsomvang van minder dan vijftien uur per week is overeengekomen én de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht niet zijn vastgelegd.
  2. Als de partijen de omvang van de arbeid niet of niet eenduidig hebben vastgelegd.

Arbeidsomvang voldoende vastgelegd
In dit geval is er geen contract van minder dan vijftien uur overeengekomen en de eerste situatie is daarom niet van toepassing. Over de tweede situatie oordeelt het hof dat in dit geval de arbeidsomvang voldoende duidelijk was vastgelegd. De werkneemster wist per periode van zeven dagen dat zij of maximaal twaalf uur overdag of maximaal twaalf uur ’ s nachts kon worden opgeroepen of dat zij vrij was. Dat de exacte tijdstippen waarop werkneemster moest werken niet vooraf vaststonden, is niet van belang omdat de aard van de werkzaamheden zich niet leent voor verdere planning dan alleen beschikbaarheid. De werkzaamheden kunnen nu eenmaal pas worden gedaan als er iemand overlijdt.
De werkneemster heeft ook niet kunnen aantonen dat zij steeds heeft gewerkt in periodes van minder dan drie uur.


Doel van de wet: beperken van onzekerheid

In de uitspraak (rechtsoverweging 5.7) wordt in ruim twee pagina’ s uitgebreid ingegaan op het doel van de wet: een goede balans tussen flexibiliteit en zekerheid. Het is zeker de moeite waard om dat te lezen.

LJN BY2304
Hof Arnhem
Minimale arbeidsduur
Hoger beroep
6 november 2012

Door mr. Ingrid Kooijman »

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.