Menskant blijft achter bij Het Nieuwe Werken

0

Wanneer werkgevers beginnen met Het Nieuwe Werken, zijn flexplekken en nieuwe iPads vaak het eerste waar ze aan denken. De menskant van het verhaal blijft onderbelicht. Dat is zorgwekkend, zegt Martijn de Wildt van Qidos. Dat bedrijf voerde een onderzoek uit naar Het Nieuwe Werken.

Uit dat onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat werknemers zich nogal eens zorgen maken over dat nieuwe werken. Ze maken zich het meest zorgen over langer doorwerken op een dag. Verder zijn ze bang voor negatieve reacties als ze later beginnen en vormt de structuur van een thuiswerkdag een uitdaging. Qua samenwerking maken ze zich zorgen over de aandacht voor elkaar, afstemming binnen het team en minder ondersteuning van collega’ s.
Volgens De Wildt is er veel aandacht voor de ICT-kant van Het Nieuwe Werken en de vraag wie er op welke verdieping zit na een verhuizing, maar blijft de menskant onderbelicht. ‘ Dat zie je op wel meer gebieden, dat mensen achteraan komen. Terwijl je daarmee moet beginnen. Ik zie soms dat een Raad van Bestuur Het Nieuwe Werken uitbesteedt aan de afdeling ICT, terwijl het bij HR moet liggen. Natuurlijk is een bedrijfsgebouw of iPad tastbaar (en daarmee makkelijk), maar veranderingen staan of vallen met menselijk gedrag.’

Jongeren
Opvallende uitkomst uit het onderzoek is dat jongere werknemers meer structuur vragen en vaker last hebben van uitstelgedrag. ‘ Er wordt gezegd dat jongeren altijd connected zijn en weinig structuur nodig hebben, maar het tegendeel blijkt waar. Want die structuur zoeken ze wel degelijk. Daaruit blijkt weer de noodzaak aan maatwerk voor individuen. Wat heeft een specifiek iemand nodig om het beste uit zichzelf te kunnen halen? Ook functioneringsgesprekken lopen dan anders. Bij ouderen heb je het over de doelen die ze willen halen, en laat je de weg ernaartoe vaker aan henzelf over. Jongeren kunnen minder makkelijk zelf de stap van wat naar hoe maken. Ze hebben daar soms nog wat begeleiding in nodig.’

Profit en non-profit
Onderzoeksresultaten tonen aan dat het bedrijfsleven voorop loopt met Het Nieuwe Werken. 25 procent van het bedrijfsleven voerde HNW al in tegenover 15 procent van de non-profit organisaties. Werknemers bij gemeentes, overheid en in de zorgsector hebben minder flexibele werktijden en leidinggevenden sturen minder op resultaten dan in het bedrijfsleven. 75 procent van de respondenten uit het bedrijfsleven en 60 procent van de respondenten uit de non profit sector maken resultaatafspraken. Werknemers in het bedrijfsleven zien meer kansen en mogelijkheden van HNW dan werknemers in de non-profit sector.

Betrokkenheid bij ontwikkeling werknemer
Werknemers zonder vaste werkplek en -werktijden, werken het meest resultaatgericht. Zij vinden de afspraken over resultaten uitdagend en realistisch. Werknemers uit de non-profit en werknemers in roosters staan het meest sceptisch tegenover resultaatafspraken. Een jaargesprek is vrijwel standaard, maar 43 procent van de werknemers praat niet regelmatig met zijn leidinggevende over zijn ontwikkeling. De Wildt: ‘ Hier is nog winst te behalen. Een nieuwe manier van werken vereist ook een nieuwe manier van denken. Dat bereik je niet van de één op de andere dag. Het is de kunst om mensen zo te enthousiasmeren dat ze niet ‘ moeten veranderen’ maar zelf graag de ‘ verandering’ willen zijn.’

Onderzoek
Qidos voerde het onderzoek uit onder ruim 18.000 werknemers bij zowel het bedrijfsleven als de non-profitsector in diverse sectoren.

Lees meer over:

Over Auteur

Basti Baroncini schrijft met liefde over alle onderwerpen binnen het HR-vakgebied, maar zijn hart gaat pas écht sneller kloppen wanneer het gaat om strategie en om mensen. Sociale innovatie, duurzame inzetbaarheid, ontwikkeling & onderwijs, verandertrajecten, draagvlak, communicatie en leiderschap zijn voorbeelden van onderwerpen waar hij graag over schrijft.