Maximeren ontslagvergoeding voor oudere werknemers is discriminatie

0

Het sociaal plan van KPN bevat een beding dat de ontslagvergoeding nooit hoger mag uitvallen dan de aanvulling tot 108% van het laatst verdiende loon tot aan het 65e levensjaar. De rechter oordeelt dat het beding nietig is.

 

De situatie

KPN heeft in 2010 samen met drie vakbonden een sociaal plan gemaakt. In dat plan staat een regeling voor de ontslagvergoeding voor medewerkers die boventallig worden bij een reorganisatie. De beëindigingsvergoeding en de mobiliteitsvergoeding samen mogen nooit hoger uitvallen dan het bedrag dat de werknemer nodig heeft om tot zijn 65e een uitkering aan te vullen tot 108% van zijn laatst verdiende maandloon. Daarnaast is er nog een hardheidsclausule opgenomen voor gevallen waarin strikte toepassing van het plan een werknemer te zwaar treft.
Een werknemer die bijna 37 jaar in dienst was, is boventallig geworden omdat zijn werkzaamheden zijn verplaatst naar India. Hij is vrijgesteld van werk en de werkgever heeft hem een beëindigingsvoorstel gedaan met een ontslagvergoeding van € 70.054,54, gebaseerd op het sociaal plan. De man wijst het voorstel af en doet een beroep op de hardheidsclausule. De werkgever wijst dat beroep af en stapt naar de rechter om daar om ontbinding te verzoeken.

Het verweer van de werknemer: leeftijdsdiscriminatie

De werknemer vindt dat met het beding een ongeoorloofd onderscheid wordt gemaakt naar leeftijd en dat het toepassen van het sociaal plan tot een onbillijk resultaat leidt:

  1. Het beding rekent met een aow-leeftijd van 65 jaar, terwijl hij pas met 66 jaar een aow-uitkering zal ontvangen.
  2. Vanaf zijn 62e krijgt hij een vroegpensioenuitkering die gekort zal worden op zijn ww-uitkering. Door het vroegpensioen zal de pensioenuitkering die hij vanaf zijn 66e krijgt, lager zijn.
  3. Vanaf het einde van zijn arbeidsovereenkomst bouwt hij geen pensioen meer op. Gezien zijn arbeidsmarktpositie zal hij dat gat niet gemakkelijk kunnen opvullen.

Hij wil een ontslagvergoeding zonder de maximering uit het sociaal plan.

Het oordeel

De rechter vindt de veranderde omstandigheden genoeg reden om de overeenkomst te ontbinden. De werknemer heeft recht op een hogere vergoeding dan die op basis van het sociaal plan omdat het maximeringsbeding naar het oordeel van de rechter nietig is. Het beding maakt een indirect onderscheid naar leeftijd. Er wordt weliswaar geen leeftijd genoemd maar in de praktijk is het van toepassing op oudere werknemers.

Doel beding legitiem, middel niet proportioneel
Het doel van het beding, voorkomen dat de oudere werknemers in een betere positie komen dan de jongere, is legitiem en zwaarwegend genoeg. Maar het middel is niet passend. De werknemer zal nu bij zijn pensioenleeftijd geconfronteerd worden met een lager inkomen. En dat zou niet gebeuren als hij tot zijn pensioen kan doorwerken. Daarom oordeelt de rechter dat het middel, de maximering, niet in verhouding staat tot het doel en acht het beding in het sociaal plan nietig. De man heeft daarmee recht op een vergoeding zonder de maximering: € 91.014,19.

LJN BY8457
Kantonrechter Maastricht
Ontslagvergoeding in strijd met WGBL
Eerste aanleg
20 december 2012

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.