Lange opzegtermijn voor krantenbezorgster met overeenkomst van opdracht

1

Een krantendistributiebedrijf verlaagt de vergoeding van een krantenbezorgster met meer dan de helft. Omdat de bezorgster niet akkoord gaat, zegt het bedrijf de overeenkomst op. De rechter vindt een opzegtermijn van 6 weken te kort.

 

De situatie

Een krantenbezorgster heeft sinds 2009 een overeenkomst voor het bezorgen van huis-aan-huisbladen voor bijna 17 cent per krant. In 2011 verlaagt de opdrachtgever haar tarief naar 4 cent, om haar tarief gelijk te trekken met dat van de andere bezorgers. De bezorgster is het daar niet mee eens waarop de opdrachtgever de overeenkomst opzegt, in eerste instantie met een opzegtermijn van twee weken en later met zes weken. In de overeenkomst is alleen een opzegtermijn voor de bezorgster opgenomen van zes weken.

De vordering
De bezorgster meent dat ze een arbeidsovereenkomst heeft. Ze werd geacht de arbeid persoonlijk te verrichten en daarom is de ontslagbescherming van het BBA van toepassing. Ze komt daarvoor met Ze vernietigt de opzegging en stapt naar de kortgedingrechter om nakoming van de (arbeids)overeenkomst te vorderen.

Het oordeel in het kort geding
De kortgedingrechter wijst de vordering van de werkneemster af. Uit de overeenkomst blijkt dat de bezorgster de arbeid niet persoonlijk hoefde te verrichten en daardoor is het BBA niet van toepassing. De opzegtermijn is ook niet onredelijk en het bedrijf had voldoende zwaarwegende bedrijfseconomische belangen voor de tariefsverlaging. De bezorgster gaat in hoger beroep.

Het oordeel van het Hof

Het hof stelt vast dat de partijen het er over eens zijn dat het om een overeenkomst van opdracht gaat. Maar het BBA is volgens het hof niet van toepassing omdat de werkneemster zich mocht laten vervangen door iemand anders, die dan ook weer rechtstreeks op eventuele bezorgklachten kon worden aangesproken. Het is niet vast komen te staan dat het bedrijf alleen deze bezorgster, vanwege haar kwaliteiten, wilde contracteren.

6 weken is onredelijke opzegtermijn

De overeenkomst is naast een overeenkomst van opdracht ook een duurovereenkomst. Uitgangspunt is dat de partijen een overeenkomst van opdracht ten alle tijden kunnen opzeggen (art. 7:408 BW). Ook de duurovereenkomst is opzegbaar.
Het hof oordeelt dat het bedrijf de overeenkomst sowieso mocht opzeggen, met of zonder bedrijfseconomische reden. Het is opzegtermijn waarover het bedrijf uiteindelijk struikelt. Het hof vindt een opzegtermijn van 6 weken in dit geval te kort. De inkomsten van gemiddeld 350 per maand zijn voor de bezorgster de enige inkomsten die ze heeft. Ze heeft dus een groot belang bij de voortzetting van de overeenkomst.  De bezorgster heeft gesteld dat een opzegtermijn van een schooljaar redelijk is. Het hof dan nu weer wat te lang.

Hof weegt toch de economische reden mee

Het hof laat meewegen dat het bedrijf destijds zelf een hogere vergoeding heeft afgesproken en dat het verlagen van deze vergoeding bedrijfseconomisch niet al te veel zoden aan de dijk zet. Ook speelt mee dat het bedrijf de verlaging zonder overleg heeft meegedeeld en daarbij ook geen overgangstermijn of afbouwregeling heeft voorgesteld.

Gezien de eenzijdige verlaging zonder gebleken economische noodzaak vindt het hof een opzegtermijn van 6 weken te kort maar een heel schooljaar te lang. De bezorgster moet in ieder geval de tijd krijgen om vervangende inkomsten te verwerven.

JAR 2012/132
Hof Den Bosch
Hoger beroep in kort geding
Overeenkomst van opdracht?
10 april 2012

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. Opmerking voor mevrouw Kooijman: Als u een artikel plaatst, graag wat meer aandacht voor de spelling en grammatica. Er staan zeker een stuk of zeven fouten in.