Kledingvoorschrift mag inbreuk maken op grondrecht moslima

0

Regelmatig komen medewerkers in de knel met hun geloofsovertuiging en de geldende kledingvoorschriften op het werk. Het is niet altijd duidelijk of de werkgever mag vasthouden aan kledingvoorschrift als hij daarmee inbreuk maakt op het grondrecht van een werknemer. In het onderstaande geval mag de werkgever dit wel omdat het nut van het voorschrift duidelijk is en de onderliggende richtlijn is opgesteld door gezaghebbende wetenschappers en deskundigen.

De situatie

Een dialyse verpleegkundige werkt op een afdeling waar het dragen van bedrijfskleding met korte mouwen verplicht is. Ook geldt er een richtlijn geldt met hygiëne-eisen ter voorkoming van infecties. De verpleegkundige vraagt of zij in verband met haar geloofsovertuiging lange mouwen mag dragen. Na het inwinnen van in- en extern advies en het onderzoeken van enkele alternatieven besluit het ziekenhuis vast te houden aan de kledingvoorschriften. De verpleegkundige wordt overgeplaatst en als herplaatsingskandidaat aangemerkt. Ze maakt hier bezwaar tegen. Ze wordt arbeidsongeschikt, het ziekenhuis verliest het vertrouwen in de verpleegkundige en vraagt ontbinding wegens gewichtige redenen.

De vraag

De vraag die hier beantwoord moet worden is of de werkgever inbreuk mag maken op het grondrecht van de verpleegkundige om zich te kleden zoals haar geloofsovertuiging voorschrijft.

Tijdens de zitting wordt duidelijk dat beide partijen sowieso ontbinding van de overeenkomst willen.

Het oordeel

Omdat de richtlijn is opgesteld door gezaghebbende wetenschappers en deskundigen en als professionele standaard wordt gebruikt door de Inspectie voor de Gezondheidszorg mag de werkgever vasthouden aan naleving van de kledingvoorschriften. De inbreuk op het grondrecht van de verpleegkundige is noodzakelijk, proportioneel en gerechtvaardigd, zeker omdat de werkgever advies heeft ingewonnen en alternatieven heeft onderzocht.

Maar de werkgever heeft zich niet zo netjes gedragen in de afwikkeling. Hij heeft de verpleegkundige in afwachting van de uitspraak op het bezwaar en tijdens het onderzoek ontheven uit haar functie. Het was meer op zijn plaats geweest  om haar tijdelijk een andere functie te geven. De vertrouwensbreuk is onder andere daardoor niet aan een van de partijen toe te wijzen. Dat is voor de kantonrechter aanleiding om een vergoeding naar billijkheid toe te kennen op basis van de ‘neutrale’ kantonrechtersformule: C=1.

Bron: LJN BJ2840
kantonrechter ’s Hertogenbosch
Procedure: eerste aanleg – enkelvoudig
Datum: 13 juli 2009

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.