Ingewikkelde situatie na ongeldig proeftijdbeding

0

Een onterecht ontslag in proeftijd. Daar zijn de partijen het over eens, maar over de situatie die daarna ontstaat niet. Had de werknemer niet gewoon weer aan het werk gemoeten toen de werkgever hem vroeg terug te komen?

De situatie

Een consultant komt per 1 september 2009 in dienst op een jaarcontract. In het contract staat een proeftijd van 2 maanden, terwijl bij een jaarcontract maximaal een proeftijd van een maand is toegestaan. Na de eerste maand zegt de werkgever de arbeidsovereenkomst op. De werknemer doet een beroep op de ongeldigheid van het proeftijdbeding en op een onregelmatige opzegging omdat de werkgever zich niet aan de wettelijke termijnen voor opzegging heeft gehouden.
Hij vraagt de werkgever om een gefixeerde schadevergoeding te betalen: het loon over de periode die de overeenkomst nog had geduurd als die op de juiste manier was opgezegd.
De werkgever erkent dat de arbeidsovereenkomst is blijven bestaan en biedt aan om de koe bij de horens te vatten en te bespreken hoe de werknemer op korte termijn weer op een goede wijze aan de slag kan. De werknemer wijst dat aanbod af. Ook na de nodige correspondentie heen en weer komen ze er niet uit en de werknemer stapt naar de rechter.


De vordering

De werknemer vraagt de rechter een verklaring voor recht af te geven dat het ontslag onregelmatig is gegeven en hij vraagt daarbij een gefixeerde schadevergoeding van € 46.280. De kantonrechter wijst die vorderingen af. Het is volgens de rechter duidelijk dat er sprake was van een vergissing en niet van een opzegging. De werkgever dacht dat hij geldig opzegde tijdens de proeftijd. De werkgever heeft ook aangegeven dat hij niet tot opzegging was overgegaan als had geweten dat het proeftijdbeding ongeldig was. Het ontslag is nietig, oordeelt de rechter, en de arbeidsovereenkomst is in stand gebleven. Nu de werknemer zonder een goede reden niet meer heeft gewerkt, heeft hij ook geen recht op loon. De werknemer gaat in hoger beroep.

Het oordeel

In hoger beroep kent het hof de werknemer wel een schadevergoeding toe. Het hof komt tot dat oordeel omdat het de zaak vanuit een andere hoek bekijkt dan de kantonrechter. Het hof gaat uit van een onregelmatig opgezegde arbeidsovereenkomst en niet van een vergissing die de arbeidsovereenkomst in stand heeft gelaten. Het hof wijst daarbij op een uitspraak van de Hoge Raad (LJN AD0197) waarin is bepaald dat de voortijdige opzegging van een overeenkomst voor bepaalde tijd een einde maakt aan de arbeidsovereenkomst en dat de andere partij schadeplichtig is.
In dit geval is de werkgever schadeplichtig omdat de werknemer niet met de opzegging heeft ingestemd. Andersom geldt dat dan ook: een werknemer is schadeplichtig als de werkgever niet instemt met een tussentijdse opzegging.

Werknemer hoeft contract niet uit te dienen
Het hof oordeelt dat het de werknemer vrijstaat om in dit geval te weigeren de resterende tijd van het oorspronkelijke contract uit te dienen. En daarmee is de uitkomst anders dan bij de kantonrechter, die oordeelde dat de arbeidsovereenkomst in stand was gebleven en de werknemer geen recht op loon had omdat hij niet had gewerkt.
De rechter matigt op verzoek van de werkgever de schadevergoeding omdat de werknemer maar een maand voor de werkgever heeft gewerkt. De werkgever moet de werknemer 26.000 euro betalen.

LJN BX7308
Hof Arnhem
Ongeldig proeftijdbeding
Hoger beroep
11 september 2012

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.