Hoogleraar moet €117.000 onterecht ingediende declaraties terugbetalen

1

Een hoogleraar wordt twee dagen voor het afgesproken einde van de arbeidsovereenkomst op staande voet ontslagen. Daardoor is de beëindigingsovereenkomst niet meer aan de orde en loopt hij de afgesproken ontslagvergoeding van € 400.000 mis. De rechter veroordeelt hem tot het terugbetalen van de onterecht ingediende declaraties en de onderzoekskosten.

 

De situatie

Een hoogleraar heeft in mei 2008 met zijn werkgever een overeenkomst gesloten voor de beëindiging van het dienstverband per 1 oktober 2008. Daarin is onder meer een ontslagvergoeding van € 400.000 opgenomen.
Naar aanleiding van signalen over onheus declaratiegedrag heeft de werkgever een onderzoek laten doen door bedrijfsrecherchebureau Hoffmann. Die heeft in september 2008 een voorlopig rapport uitgebracht met een aantal bevindingen en de aanbeveling om nader onderzoek te doen. De hoogleraar had onder andere vliegreizen gedeclareerd die buiten de schriftelijk gemaakte afspraken vielen, voor wat aantal en klasse. Na een gesprek wordt de hoogleraar op 29 september 2008 op staande voet ontslagen. De reden die de werkgever aanvoert: het in de werknemer gestelde vertrouwen als hoogleraar en afdelingshoofd is zeer ernstig en onherstelbaar geschaad. De werknemer heeft de werkgever aanzienlijke schade toegebracht en heeft zichzelf onrechtmatig verrijkt ten koste van de werkgever.

De vordering

De werknemer stapt naar de rechter. Hij vordert nietigverklaring van het ontslag, nakoming van de beeindigingsovereenkomst en een schadevergoeding van € 425.000.
De procedure loopt al geruime tijd: er zijn tussenvonnissen en comparities geweest vanaf 2010.

Het oordeel

De rechter moet beoordelen of het ontslag op staande voet gerechtvaardigd is. Als dat zo is, is de beëindigingsovereenkomst niet meer geldig omdat de arbeidsovereenkomst op 1 oktober al niet meer bestond. De overeenkomst is geen vaststellingsovereenkomst (art. 7:900 lid 1 BW) zoals de werknemer stelt. Het is een beëindigingsovereenkomst.
De rechter concludeer uit aangevoerd bewijs dat de werknemer meerdere malen kosten in rekening heeft gebracht in de wetenschap dat hij geen recht had op vergoeding daarvan. En daarmee heeft hij het vertrouwen van de werkgever ernstig geschonden en zich niet als goed werknemer gedragen. Daarbij telt mee dat de werknemer als hoogleraar en afdelingshoofd een voorbeeldfunctie vervulde. Na ontdekking van deze feiten kon redelijkerwijs niet van de werkgever gevergd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De persoonlijke omstandigheden van werknemer, zoals de schade aan zijn naam en reputatie door het ontslag op staande voet en het feit dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden per 1 oktober 2008 zou eindigen, leiden niet tot een ander oordeel gezien de ernst en de aard van de feiten.
De werknemer moet in ieder geval € 117.000 betalen aan de werkgever. Dat bedrag bestaat uit onder andere terugbetaling van onterecht ingediende declaraties en de kosten van het rechercheonderzoek. Daarbij komt nog een schadevergoeding die nog nader moet worden bepaald.

LJN BW0206
Kantonrechter Nijmegen
Ontslag op staande voet
Eerste aanleg
23 maart 2012

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie