Heeft de parttimer extra rustdagen nodig?

0

Deeltijdmedewerkers krijgen volgens de cao Particuliere Beveiliging geen extra vrije dagen als ze ouder worden. Een parttimer vindt dat hij met deze regeling wordt gediscrimineerd op grond van de arbeidsduur.

De situatie

Een 62-jarige beveiliger werkt 152 uur per vier weken. Als het bedrijf waar hij werkt wordt overgenomen, wordt de voltijdsnorm 160 uur per vier weken. In de toepasselijke cao staan een aantal regelingen om oudere werknemers te ontzien. Een daarvan is een regeling voor fulltimers. Die krijgen vanaf hun 57e jaarlijks een extra dag vrij met behoud van loon, tot maximaal 8 dagen per jaar op hun 64e. De beveiliger vraagt de werkgever ook minder te mogen gaan werken met behoud van loon, maar de werkgever wijst dat verzoek af omdat de werknemer parttime werkt.

Doel van het onderscheid: meer rust
De werknemer stapt naar het College voor de Rechten van de Mens om een oordeel over de vermeende discriminatie te vragen.
De werkgever voert aan dat het doel van de ‘ontzie’-regeling is om oudere werknemers extra rust te gunnen. Deeltijders, zo meent de werkgever, hebben vanzelfsprekend meer rust dan fulltimers. Extra rust is daarom niet noodzakelijk. Het blijkt ook uit de verzuimcijfers: het verzuimpercentage bij parttimers is lager dan bij fulltimers.

Het oordeel
Het doel van het onderscheid naar dienstverband is op zich niet discriminerend, vindt het college. Het bedrijf wil waarborgen dat oudere werknemers meer rust kunnen krijgen als ze daar behoefte aan hebben. Het doel beantwoordt aan een werkelijke behoefte, oordeelt het college. Maar het middel moet wel proportioneel zijn. Dat betekent onder meer dat er ook wordt gekeken of er een ander middel is dat minder onderscheid maakt waarmee het doel ook bereikt kan worden.

Nadeel voor werknemer niet in verhouding
Het college oordeelt dat het nadeel van de werknemer, het niet in aanmerking komen voor arbeidsduurvermindering met behoud van loon, niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de regeling. Het middel is daarmee niet proportioneel.

Werkbelasting is een individuele zaak
Het college wijst erop dat het ervaren van werkbelasting per individu anders is. Een deeltijdwerker kan net zo goed behoefte hebben aan minder werkdagen. Daarnaast kunnen deeltijders naast hun werk nog diverse andere activiteiten hebben, in de privé- of de maatschappelijke sfeer, waardoor de totale werkbelasting niet verschilt van die van fulltimers. Het college vindt het aangevoerde verschil in verzuimpercentage ook niet erg indrukwekkend: 5,35 procent tegenover 5,19 procent. Het college oordeelt dat het bedrijf een verboden onderscheid maakt op grond van het verschil in arbeidsduur door het verzoek om arbeidsduurvermindering af te wijzen.

Gegevens rechtszaak:
College voor de Rechten van de Mens, oordeelnummer 2013-128. Datum uitspraak: 10 oktober 2013

Lees meer over:

Over Auteur

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.