JurisprudentieGeen werk door coronacrisis. Werkgever ontkent arbeidsovereenkomst

0

Een werknemer die door de coronacrisis zijn werkzaamheden niet kan doen, spant een kort geding aan tegen zijn werkgever. Die beweert namelijk – na een serie loonbetalingen – dat er helemaal geen arbeidsovereenkomst is. Wat oordeelt de rechter in het kort geding?

Wat eraan voorafging

Een valkenier werkt in 2018 en 2019 van maart tot en met oktober voor de werkgever. Na afloop van seizoen 2019 hebben ze de intentie uitgesproken om in 2020 de samenwerking voort te zetten. Eind januari 2020 krijgt de werknemer de arbeidsovereenkomst gemaild, die al is ondertekend door de werkgever. Daarin staat dat de werknemer vanaf 4 maart tot en met 3 november 2020 in dienst is. Het jaarsalaris, inclusief vakantiegeld en andere toeslagen wordt gespreid uitbetaald: gelijke bedragen in de 12 maanden van het kalenderjaar.

In het voorjaar van 2020 blijft het park waar de werknemer zijn werk zou doen, gesloten vanwege de coronacrisis. Tot en met mei betaalt de werkgever de overeengekomen loonbedrag uit, weliswaar over de maand maart en april te laat. Daarna wil de werkgever niet meer betalen. De werknemer spant een kort geding aan. Hij heeft tot dat moment in 2020 nog geen werkzaamheden voor de werkgever verricht.

Bij de rechter

De werknemer vordert onder meer betaling van achterstallig loon, wettelijke rente en wettelijke verhoging over de te laat betaalde bedragen. De werkgever is van mening dat er helemaal geen arbeidsovereenkomst is. Hij hoeft dus geen loon te betalen en de al betaalde bedragen zijn onverschuldigd betaald. De werkgever zegt dat hij het aanbod voor de arbeidsovereenkomst heeft ingetrokken voordat de werknemer het had geaccepteerd.
De rechter oordeelt dat er op enig moment mondeling overeenstemming was over de arbeidsovereenkomst voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020 – ook al heeft de werknemer het aanbod niet schriftelijk aanvaard. Uit het feitelijk handelen van de werkgever blijkt dat die ervan uitging dat de arbeidsovereenkomst door de werknemer was aanvaard. De kortgedingrechter overweegt daarbij het volgende:

• Er was een duidelijk uitgesproken intentie om de samenwerking in 2020 voort te zetten;
• de werkgever heeft uitvoering aan de arbeidsovereenkomst gegeven door tot en met mei de afgesproken bedragen aan de werknemer over te maken;
• de werkgever heeft geen enkel voorbehoud gedaan in die maanden;
• er is telefonisch contact geweest over het feit dat het park waarschijnlijk niet opengaat. Ook daarna heeft de werkgever nog een bedrag voor twee maanden uitbetaald;
• de werkgever heeft nooit iets gezegd over het intrekken van het aanbod;

De werkgever komt nog met het verweer van ‘geen arbeid, geen loon’, maar dat adagium is met de komst van de Wet arbeidsmarkt in balans vervallen. Nu geldt: geen arbeid wel loon, tenzij het niet verrichten van een deel of het geheel van de overeengekomen werkzaamheden voor rekening van de werknemer behoort te komen. In deze situatie is dat duidelijk niet het geval.

De werknemer heeft ook meerdere keren aangegeven beschikbaar te zijn. En dat hij in januari en februari geen werkzaamheden heeft verricht, was onderdeel van de afspraken in de arbeidsovereenkomst. De werknemer heeft weliswaar alleen loon over de maand mei en wettelijke rente over te laat betaalde bedragen gevraagd, maar de rechter concludeert ook nog dat de arbeidsovereenkomst niet ondertussen op rechtsgeldige wijze is beëindigd, en dat de werknemer daarmee zijn recht op loondoorbetaling behoudt.

In de praktijk

Dit is het tweede kort geding dat direct gerelateerd is aan de coronacrisis. De werkgever heeft te maken met een totaal andere werkelijkheid dan voorzien. Maar dat betekent niet dat het arbeidsrecht dan opeens buitenspel gezet kan worden. De rechten van de werknemer uit de arbeidsovereenkomst blijven bestaan. Onderling kunnen er natuurlijk afspraken gemaakt worden over hoe in deze nieuwe werkelijkheid te handelen. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van een tussentijdse opzegmogelijkheid in een tijdelijk contract of door een andere weg naar rechtsgeldige beëindiging te bewandelen.

Uitspraak: ECLI:NL:RBOBR:2020:2838, 29 mei 2020

  • Antwoordbank XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Meer informatie >>>
Lees meer over:

Over Auteur

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.