Geen tweede loondoorbetalingsplicht van 104 weken

0

De werkgever hoeft niet voor de tweede maal 104 weken loon door te betalen. De passende arbeid die de werknemer zo’n tien jaar lang verricht heeft, is niet de bedongen arbeid geworden. De Hoge Raad bevestigt hiermee een eerdere uitspraak van het gerechtshof.

De situatie

Een timmerman en sloper is begin 1996 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij een bouwbedrijf. In juni 1998 raakt hij arbeidsongeschikt. Vanaf maart 1999 verricht hij, zo’n tien jaar lang, passend werk. Vanaf juni 1999 krijgt hij ook een gedeeltelijke WAO-uitkering. Als hij in mei 2009 opnieuw uitvalt, stopt de werkgever de loondoorbetaling. De werkgever meent dat hij niet nog een keer 104 weken loon hoeft door te betalen bij ziekte.

De vordering

De werknemer vordert bij de rechter loondoorbetaling. De passende arbeid is inmiddels de bedongen arbeid geworden, vindt hij. Daarom kan hij opnieuw aanspraak maken op de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever bij ziekte.

De kantonrechter en het gerechtshof

De kantonrechter stelt de werknemer in het gelijk, de passende arbeid is door onder meer het tijdsverloop van tien jaar de bedongen arbeid geworden.
In hoger beroep heeft het gerechtshof een andere opvatting: de wijziging van passende arbeid naar bedongen arbeid is niet nadrukkelijk tussen de werkgever en werknemer overeengekomen. De werkzaamheden verschilden sterk van het oorspronkelijke werk en sinds 2003 moest de arbeid steeds weer worden aangepast om de werknemer aan het werk te houden. Met andere woorden: er was steeds verandering in de duur en de aard van de werkzaamheden. Er is dus geen langere periode arbeid verricht waarvan de omvang en de aard niet ter discussie stonden.

Het oordeel van de Hoge Raad

De Hoge Raad volgt de redenering van het hof; ook in deze instantie krijgt de werknemer ongelijk. Vervolgens ziet de Raad zich voor de vraag gesteld wat een werknemer nu kan doen als hij ziek wordt binnen dezelfde arbeidsovereenkomst als al een keer de 104 weken loondoorbetaling zijn verstreken. Hij heeft geen recht meer op loon maar heeft ook geen recht op een sociale uitkering. Het wettelijk stelsel reikt voor de verplichtingen van de werkgever volgens de Raad niet verder dan dat 104 weken het loon moet worden doorbetaald en dat er re-integratieverplichtingen op hem rusten. Wordt er passende arbeid verricht en wordt dit geen bedongen arbeid, dan houdt het op. De werkgever hoeft bij hernieuwde uitval niet nog eens loon door te betalen. Dat zou ook onredelijk zijn vanuit werkgeversoogpunt. De Hoge Raad beaamt dat er nog geen oplossing is voor het inkomensprobleem van de werknemer in de vorm van een wettelijke regeling.

LJN BQ8134
Hoge Raad
Loondoorbetaling na 104 weken
Cassatie
30 september 2011

Zie ook:
> Wanneer wordt passende arbeid bedongen arbeid?

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer