Geen rok als bedrijfskleding?

0

Een schoonmaakster vermaakt twee bedrijfsbroeken tot rokken, die tot over de knie reiken. De werkgever spreekt haar hier op aan. Na een waarschuwing wordt ze naar huis gestuurd en wordt de loonbetaling gestaakt. De werkneemster stapt naar de rechter.

De situatie

Bij een schoonmaakbedrijf gelden kledingvoorschriften: de werknemers moeten de werkkleding dragen die de werkgever hun verstrekt. Een schoonmaakster bij het bedrijf krijgt in oktober 2011 een aantal bedrijfspolo’ s uitgereikt en in april 2012 ook nog twee bedrijfsbroeken. In september 2012 vermaakt ze deze broeken tot rokken, die tot over de knie reiken. In april 2013 wordt ze daarop aangesproken. De werkgever wijst haar op haar verplichting om de verstrekte kleding te dragen, en een rok behoort daar niet toe. Als de werkneemster daarna nog steeds in rok verschijnt, deelt de werkgever haar mee dat ze de volgende keer naar huis gestuurd wordt, zonder loonbetaling, om alsnog aan de kledingvoorschriften te voldoen.

Op 13 mei wordt ze nog een keer aangesproken op het dragen van de rok en op 3 juni wordt ze daadwerkelijk naar huis gestuurd. De werkgever schrijft dat de loonbetaling gestaakt zal worden zolang ze niet voldoet aan de voorschriften.

De vordering: loondoorbetaling en wedertewerkstelling
De werkneemster stapt naar de rechter om toelating tot het werk te vorderen, waarbij ze haar rok mag dragen. De loonstop is sowieso niet gerechtvaardigd omdat dit in strijd is met de cao, waarin staat dat bij schorsing of opnon-actiefstelling het loon wordt doorbetaald. Alleen bij zeer ernstige misdraging wordt een korting op het salaris toegepast.

Het verweer van de werkgever: instructiebevoegdheid en representatieve werknemers
De werkgever stelt dat hij een instructiebevoegdheid heeft die ook van toepassing is op het dragen van bedrijfskleding. De werkgever wil bereiken dat de werknemers herkenbaar en representatief zijn. Daarnaast is de verstrekte kleding praktisch en beschermend en de rok is dat niet.

Het oordeel

De rechter ziet niet zoveel in het verweer van de werkgever. De schorsing van de werkneemster is op grond van de wet en de rechtspraak voor rekening van de werkgever (LJN AF0175 en art. 7:628 lid 1).

Instructiebevoegdheid begrensd door redelijkheid

De werkgever mag inderdaad instructies geven over kleding, maar die bevoegdheid wordt begrensd door de redelijkheid. In dit geval heeft de werkgever de werkneemster pas na ruim een halfjaar aangesproken op het dragen van de rok.

De rechter oordeelt dat de rok qua representativiteit niet onderdoet voor de bedrijfsbroek; ze zijn van dezelfde stof, de zakken en het logo zitten op dezelfde plek en de rok valt tot over de knie. De werkgever heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat de rok niet praktisch zou zijn. De rok doet ook niet af aan de herkenbaarheid van de medewerkers, oordeelt de rechter. Tot slot heeft de werkgever niet aannemelijk gemaakt dat de rok het beleid van eenduidigheid en structuur voor de WSW-medewerkers in het bedrijf doorkruist.

Gegevens rechtszaak:

ECLI:NL:RBMNE:2013:3559, kort geding. Datum uitspraak: 10 juli 2013
Bekijk de uitspraak

Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer