Geen beoordelingsgesprekken: 15.000 euro

0

Een werkgever die geen beoordelings- en functioneringsgesprekken met een chef-kok voert, moet na beëindiging van het dienstverband een schadevergoeding betalen omdat de werknemer kansen heeft gemist.

De situatie
Een chef-kok met een mooi cv komt in 2010 in dienst bij een hotel-restaurant. In zijn jaarcontract staat dat hij bij goed functioneren na een jaar een dienstverband voor onbepaalde tijd krijgt. Maar na het eerste jaar wordt het contract verlengd met een jaar en vervolgens na dat jaar niet meer verlengd. In de toepasselijke cao staat een vrij strikt regime voor het beoordelingsproces.

Bij de rechter
De chef-kok stapt na het ontslag aan het einde van zijn tweede contract naar de rechter. Hij vindt dat de werkgever zich niet als goed werkgever heeft gedragen en hem schade heeft berokkend door geen beoordelings- en functioneringsgesprekken met hem te houden. Hij vordert een schadevergoeding van ruim 77.000 euro, gebaseerd op de schadevergoedingssystematiek bij een kennelijk onredelijke opzegging.

Het verweer van de werkgever
De werkgever vindt dat hij geen steken heeft laten vallen. De arbeidsovereenkomst is op een rechtsgeldige manier beëindigd en de werknemer functioneerde nu eenmaal niet goed. Hij heeft zelfs een keer een officiële waarschuwing gehad. Verder heeft de werkgever nog een outplacementtraject aangeboden maar daar wilde de werknemer geen gebruik van maken.

Het oordeel
De rechter vindt dat de werknemer wel is benadeeld door het ontbreken van een formele toetsing van zijn functioneren. Als hij meteen na het eerste jaar had geweten dat zijn toekomst bij het restaurant zo onzeker was, had hij zelf andere keuzes kunnen maken of de zaak aan een rechter kunnen voorleggen. De werknemer heeft dat kostbare jaar niet kunnen benutten om alternatieven te zoeken, aldus de rechter.

De rechter laat een aantal zaken in dit oordeel meewegen:
– Er was een reële kans dat de werknemer ook bij een correct beoordelingstraject na zijn eerste contract geen vast contract had gekregen, of dat een vast contract op grond van slecht functioneren via het UWV zou zijn beëindigd.
– De rechter vindt het door de werknemer aangevoerde argument dat er kans zou zijn geweest op een langdurige arbeidsrelatie van zeker 10 jaar, te speculatief.
– De kleine kans dat door wederhoor een oordeel over het functioneren van de werknemer positief zou zijn geweest.
– De redelijke arbeidsmarktpositie van de werknemer: een niet al te ongunstige markt, redelijk gunstige leeftijd en een niet ongunstig curriculum.
– Het ontbreken van een onderbouwing van de verwachte werkloosheidsduur.
– De redelijke mogelijkheden om de schade in pensioenopbouw en inkomsten op te vangen.De afwachtende opstelling van de werknemer.
– De bereidheid van de werkgever om een outplacementtraject te faciliteren, de werknemer te introduceren bij andere werkgevers en een tijdelijke aanvulling op zijn inkomsten uit te keren.


De rechter vindt een schadevergoeding van zes maandlonen een redelijke compensatie voor het genoemde tijdsverlies en de gemiste kans om na kritiek de werkgever te laten zien dat hij een goede chef-kok is voor het bedrijf. Dat komt  afgerond  neer op 15.000 euro.

Gegevens rechtszaak:
ECLI:NL:RBLIM:2014:5922. Datum uitspraak: 31 juli 2014

 

Lees meer jurisprudentie

Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.

Reageer