Doktersassistente mag lange rok dragen

3

Uniformiteit, infectiebestrijding en de logistiek in het ziekenhuis lijden niet onder het verwisselen van een broek voor een rok als onderdeel van het uniform.

Verbieden van het dragen van een rok is een indirect onderscheid op grond van godsdienst, oordeelt de Commissie Gelijke Behandeling (CGB).

De situatie

Een islamitische doktersassistente werkt sinds 2006 op de polikliniek van een ziekenhuis. Zij moet in die functie bedrijfskleding dragen, bestaande uit een witte lange broek en een jasje. De kleding wordt door het ziekenhuis verstrekt en dagelijks industrieel gereinigd.

Van 2006 tot februari 2011 droeg de assistente altijd de bedrijfskleding, gecombineerd met een eigen hoofddoek. In februari komt ze gekleed in een zwarte lange jurk met daaroverheen het bedrijfsjasje naar het werk. Ze geeft aan dat ze vanwege haar geloofsovertuiging geen broek meer wil dragen maar een lange rok. Haar leidinggevende deelt haar per brief mee dat alleen bedrijfskleding is toegestaan.

De vordering

De werkneemster vermoedt dat er met de voorschriften een onderscheid wordt gemaakt op grond van haar geloofsovertuiging. Zij vraagt de Commissie Gelijke Behandeling om een oordeel hierover. De werkneemster stelt dat het geloof haar voorschrijft een lichaamsbedekkende jurk te dragen. Zij is bereid op het werk een lange rok of jurk tot op de schoen te dragen, in combinatie met het jasje uit het bedrijfskledingassortiment.

Het verweer

Het ziekenhuis geeft drie belangrijke redenen waarom de kledingvoorschriften er zijn, en waarom het ziekenhuis er niet van wil afwijken voor de werkneemster:

  • Herkenbaarheid en uniforme uitstraling.
  • Voorkomen van ziekenhuisinfecties en beroepsziekten.
  • Logistiek: de kleding wordt dagelijks verstrekt en industrieel gereinigd.

Op basis van deze drie zaken is het onwenselijk het dragen van een lange rok toe te staan. Juist omdat de kledingvoorschriften niet altijd nageleefd worden, heeft ziekenhuis er een speerpunt van gemaakt. Het aanbieden van kledingstukken naar ieders wens en smaak is een onevenredige zware belasting en maakt het onmogelijk om de hygiënedoelen te halen, vindt het ziekenhuis.

Het oordeel

De Commissie onderzoekt de zaak grondig en oordeelt in een uitgebreid vonnis dat de werkgever inderdaad een indirect onderscheid op grond van geloofsovertuiging maakt.

Het dragen van een lange rok door een moslima kan een uiting van geloofsovertuiging zijn. Door uitsluitend broeken en jassen als onderdeel van de bedrijfskleding op te nemen, worden in het bijzonder vrouwen die vanwege hun geloof geen broek mogen dragen, zoals de werkneemster in deze zaak, getroffen.

De Commissie overweegt dat de argumenten van het ziekenhuis wel legitiem zijn maar dat aan lange rokken eigenlijk vanuit infectieoogpunt geen bezwaren kleven. Dat blijkt uit een onderzoek van de adviseur infectiepreventie.

Ook heeft de werkgever niet aannemelijk gemaakt dat de werkneemster niet herkenbaar zou zijn als doktersassistente voor patiënten als ze een rok draagt. Ook de aangevoerde reden van logistieke problemen die het wassen en verdelen van rokken met zich mee zouden brengen, veegt de Commissie van tafel. Ook zwangere medewerkers en medewerkers met afwijkende maten krijgen aparte kleding.

Commissie Gelijke Behandeling

De Commissie Gelijke Behandeling is een orgaan dat onder meer oordeelt over de vraag of verboden (in)direct onderscheid is gemaakt. De Commissie oordeelt uitsluitend op basis van de gelijkebehandelingswetgeving en heeft de gewoonte haar specialistische taak zeer nauwgezet uit te voeren. Naast procedures doet de Commissie ook onderzoek, geeft zij voorlichting en trainingen om zo discriminatie en ongelijke behandeling terug te dringen.

Oordeel 2011-88
Commissie Gelijke Behandeling
Indirect onderscheid religie
10 juni 2011

Door mr. Ingrid Kooijman

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

3 reacties

  1. ”Van 2006 tot februari 2011 droeg de assistente altijd de bedrijfskleding, gecombineerd met een eigen hoofddoek. In februari komt ze gekleed in een zwarte lange jurk met daaroverheen het bedrijfsjasje naar het werk. Ze geeft aan dat ze vanwege haar geloofsovertuiging geen broek meer wil dragen maar een lange rok.”

    Van de een op andere dag die ommezwaai…

  2. lucas maaskant op

    Ik vind dat het ziekenhuis gelijk heeft. Het kan niet zo zijn dat iedere moslima of moslim maar hun zin krijgen vanwege hun geloof.Je weet dat als je in een ziekenhuis komt te werken.

  3. Ik neem aan dat het bij indiensttreding al bekend was dat bedrijfskleding verplicht is. Als ze daar problemen mee heeft dan moet ze maar ontslag nemen.
    Als iedereen de regels na indiensttreding zelf gaat aanpassen dan kan je geen onderneming leiden.

Reageer