Diefstal, verborgen camera s en ontslag

1

Een werkneemster die op staande voet wordt ontslagen en tegen dit ontslag protesteert, komt van een koude kermis thuis. In plaats van weer aan het werk te mogen, moet ze een schadevergoeding aan haar ex-werkgever betalen.

De situatie

Een werkneemster werkt al 17 jaar bij een zorginstelling. Daar verdwijnen al jaren regelmatig spullen van de verpleeghuisafdeling waar ze werkt, ook van bewoners. De organisatie probeert al die tijd al te achterhalen wie er achter de diefstallen zit. Er zijn extra veiligheidsrondes gelopen, de wijkagent is ingeschakeld en er zijn gesprekken gevoerd met de werknemers. Op advies van de bedrijfsrecherche zijn er ook verborgen camera’s opgehangen.

Begin 2016 verdwijnt er een pak koffie uit de voorraad. Als de camerabeelden worden bekeken is daarop te zien dat de werkneemster de koffie pakt en in haar locker stopt en later in haar tas. Op 1 februari wordt ze op staande voet ontslagen. Ze protesteert tegen dit ontslag en stapt naar de rechter, want ze wil weer aan het werk.

Bij de rechter

Bij de rechter vraagt de werkneemster om vernietiging van het ontslag op staande voet, loondoorbetaling en wedertewerkstelling. Ze is van mening dat de camerabeelden onrechtmatig verkregen bewijs zijn omdat zij niet op de hoogte was van de aanwezigheid van de camera’s. De werkgever vraagt in een tegenverzoek onder meer om een gefixeerde schadevergoeding.

Het oordeel

De rechter oordeelt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Het inzetten van verborgen camera’s is weliswaar strafbaar op grond van de wet (art. 139f Wetboek van Strafrecht) maar in dit geval was de waarheid niet op een andere manier boven tafel te krijgen. Daarnaast weegt hier het belang van de waarheidsvinding zwaarder dan het belang van bewijsuitsluiting, oordeelt de rechter.

Het 17 jaar lang goed functioneren en de gevolgen van het ontslag voor de werkneemster zijn beide redenen die zwaar genoeg wegen om het ontslag onrechtvaardig te laten zijn.

Werkneemster moet schadevergoeding betalen

De werkneemster moet haar ex-werkgever een gefixeerde schadevergoeding betalen van een maandsalaris: 1.741,90 euro. Op grond van de wet is de partij die door opzet of schuld een dringende reden voor onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft gegeven, schadeplichtig (art. 7:677 lid 3 BW). Een bittere pil dus voor de werkneemster, die naar de rechter stapte omdat ze het ontslag onterecht vond en weer aan het werk wilde.

 

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. Jan van der Zanden op

    Beste Ingrid,

    Een zeer belangrijke les uit deze uitspraak, relevant i.v.m. de WWZ, is door u niet genoemd:

    Een voorwaardelijke ontbinding wordt niet uitgesproken, omdat daarin niet de mogelijkheid van hoger beroep was voorzien, alleen de mogelijkheid van afwijzen van het ontslag op staande voet in eerste aanleg. Dit is dus een groot risico voor de werkgever als de werknemer in hoger beroep alsnog gelijk krijgt. De formulering van de voorwaardelijke ontbinding luistert (bij deze kantonrechter) dus zeer nauw!