De werknemer bepaalt wanneer hij verlof opneemt

1

Kantonrechter Leeuwarden, 13 januari 2012  Werkgever houdt verlofuren van de werknemer in omdat hij zijn werkzaamheden niet heeft hervat. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever de niet genoten verlofuren alsnog aan de werknemer dient uit te betalen aangezien de werkgever de vakantie van de werknemer niet eenzijdig mag vaststellen.

De zaak

De werknemer is sinds 1971 in dienst bij de werkgever. In 2010 heeft hij de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met de werkgever te ontbinden. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2010 ontbonden onder toekenning van een ontbindingsvergoeding van EUR 13.000 en heeft de werknemer de gelegenheid geboden zijn verzoekschrift in te trekken. De werknemer heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt.

Naar aanleiding van het zelfstandig tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werkgever heeft de kantonrechter het dienstverband per 1 december 2010 ontbonden onder toekenning van een ontbindingsvergoeding van EUR 13.000 bruto.
 

Tussen 1 oktober 2010 en 1 december 2010 heeft de werknemer niet gewerkt. De werkgever heeft tot het einde van de arbeidsovereenkomst het salaris aan de werknemer voldaan en bij het einde van het dienstverband de eindafrekening opgemaakt.

De werknemer stelt dat hij per 1 december 2010 nog 237,8 openstaande verlofuren had. De werkgever heeft die verlofuren verrekend omdat de werknemer sinds mei 2010 niet heeft gewerkt en wel is opgeroepen om te komen werken. Er is daardoor een negatief saldo ontstaan en dat is bij de eindafrekening verrekend. De werknemer is het daar niet mee eens.

De kantonrechter

De kantonrechter oordeelt dat de werkgever de niet genoten verlofuren alsnog aan de werknemer dient uit te betalen.
Het wettelijk systeem houdt in dat de werkgever de tijdstippen van aanvang en einde van de vakantie vaststelt overeenkomstig de wensen van de werknemer (artikel 7: 638 lid 2 BW). Van deze wettelijke regeling mag worden afgeweken, maar dat heeft de werkgever niet gedaan. Dat betekent dat de werkgever in dit geval eenzijdig heeft bepaald dat de werknemer zijn vakantiedagen heeft genoten. Dat kan niet.

Kantonrechter Leeuwarden, 13 januari 2012, LJN: BV5584

In de praktijk

De hoofdregel is dat de werkgever de vakantie vaststelt overeenkomstig de wensen van de werknemer. Dit betekent dat de werknemer (schriftelijk) kan aangeven wanneer hij met vakantie wil. De werkgever kan de door de werknemer aangevraagde vakantie pas weigeren als hij daarvoor gewichtige redenen heeft. Van gewichtige redenen is niet zomaar sprake; pas als de belangen van de werkgever zo groot zijn dat de belangen van de werknemer daarvoor moeten wijken, kan de werkgever het verzoek van de werknemer afwijzen (bijvoorbeeld als een collega ziek is of omdat net een grote klus is binnengehaald waardoor de werknemer eigenlijk tijdelijk onmisbaar is). Als een werkgever niet binnen twee weken na de schriftelijke indiening van de vakantieaanvraag door de werknemer, heeft laten weten dat zijn vakantieverzoek wordt afgewezen, dan hoeft de werknemer die afwijzing in principe niet meer te accepteren. Als de werkgever de vakantieaanvraag van de werknemer op grond van zwaarwichtige redenen afwijst, dan zal hij de werknemer wel een alternatief moeten aanbieden dat vergelijkbaar is met de oorspronkelijke vakantieaanvraag. Om de vakantieopname binnen een onderneming in goede banen te leiden, is het raadzaam om daarover beleid te maken.

Dit artikel is geschreven door de juristen van XpertHR.

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. Goedendag, Is het hebben van geen vervanging op je werkplek door te weinig budget een gewichtige reden om je vakantie te weigeren?