Concurrentiebeding voorkomt overstap patroonmaker niet

0

Een werknemer met een streng concurrentiebeding van een jaar mag van de rechter al na drie maanden na zijn uitdiensttreding aan de slag bij de concurrent. Op last van de rechter moet zijn ex-werkgever tijdens die drie maanden de helft van zijn loon nog doorbetalen.

 

De situatie

Een werknemer is sinds 1 januari 2010 in dienst bij G-Star als senior patroonspecialist. Hij heeft een concurrentiebeding dat luidt:  For twelve months after the end of the employment (& ) you will not be allowed without prior written permission of G-Star to:

a)  Be in any way, directly or indirectly, against remuneration or not, employed or involved with any person, institution, company or enterprise that engages in similar or related activities to G-Star or its affiliated companies, or to have any interests therein or thereby;

Hij mag ook niet werken voor ondernemingen die
 b) (& )  develops, produces, markets or sells, or has marketed, developed or sold, products and services that are competitive, similar, or affiliated with one or more of the products or services which the activities or its affiliated companies relate to, or to have any interests therein or thereby;

De werknemer zegt zijn arbeidsovereenkomst tegen 1 augustus 2012 op, en treedt per diezelfde datum bij Calvin Klein, een soortgelijk bedrijf als G-Star tegen een aanzienlijk hoger salaris. De werkgever houdt de werknemer aan het concurrentiebeding en wil de werknemer geen toestemming geven om in dienst te treden bij Calvin Klein.

De vordering

De werknemer vordert een verklaring voor recht dat Calvin Klein geen concurrent is zoals in het concurrentiebeding is beschreven. G-Star richt zich uitsluitend op denim (een soort spijkerstof), terwijl Calvin Klein zich op een netter en zakelijk segment van de markt richt. Denim van Calvin Klein wordt gemaakt door een dochteronderneming, met wie de werknemer geen bemoeienis zal hebben. Als Calvin Klein toch wordt gezien als een concurrent dan wil de werknemer dat het concurrentiebeding wordt geschorst.

Het verweer

Werkgever G-Star vindt dat het concurrentiebeding wel van toepassing op de situatie en wil vooral voorkomen dat informatie over de voor- en najaarscollecties van 2013 bij Calvin Klein terecht komt.

Het oordeel

De kantonrechter oordeelt dat in de assortimenten van de twee bedrijven een overlap zit en dat daarmee de werkzaamheden vallen onder de definities van het concurrentiebeding.
Wel matigt de kantonrechter het beding. In de belangenafweging laat de rechter meewegen dat het aannemelijk is dat de werknemer inderdaad, zoals hij heeft aangevoerd, in het eerste jaar niets met denim van doen zal hebben. Maar de rechter ziet toch een risico dat de werknemer met zijn kennis het concurrentiebeding zal overtreden.
De rechter schorst het concurrentiebeding per 1 november 2012, dan is de collectie voor 2013 gereed. Dat heeft als consequentie dat de werknemer drie maanden lang niet mag werken voor Calvin Klein. Omdat de ervaren patroonmaker door het concurrentiebeding te veel wordt belemmerd, heeft hij recht op een  billijke vergoeding. Bij het bepalen van die vergoeding houdt de rechter er rekening mee dat het een geldig concurrentiebeding was, dat het de eigen keuze van de werknemer was om over te stappen en het zijn eigen risico was om zonder toestemming van de werkgever aan de slag te gaan bij een concurrent.

Open vizier
De kantonrechter vindt het ook van belang dat de werknemer open heeft gehandeld: hij heeft zijn leidinggevende gemeld dat Calvin Klein hem een goed aanbod had gedaan. Die leidinggevende heeft hem niet op mogelijke problemen gewezen. G-Star is ook niet erg meewerkend geweest, vindt de rechter. Het bedrijf heeft geen aanbod gedaan om de werknemer weer terug in dienst te nemen en is ook niet ingegaan op de vraag van de werknemer of er andere opties waren. Volgens de rechter heeft G-Star de werknemer tussen wal en schip terecht laten komen.
Voor de periode van drie maanden krijgt de werknemer een vergoeding van zijn oude werkgever van een drie halve maandsalarissen. Daarbij heeft de rechter meegewogen dat de werknemer waarschijnlijk nog wel wat andere inkomsten kan verwerven.

LJN BX4957
Kantonrechter Amsterdam
Concurrentiebeding
Kort geding
15 augustus 2012

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.