Concurrentiebeding drukt te zwaar na promotie

0

Een concurrentiebeding dat is opgesteld voor een monteur is onevenredig zwaar geworden voor een verkoper binnendienst. De rechter schorst het beding gedeeltelijk.

 

De situatie

Een monteur bij een bedrijf in de brandbeveiligingsbranche klimt op tot planner en later tot verkoper binnendienst. In 1995 tekende hij een arbeidsovereenkomst voor zijn functie als monteur, met een concurrentiebeding. Dat beding is bij de nieuwe functies niet tussentijds gewijzigd. Als de werknemer zijn arbeidsovereenkomst per 1 december 2011 opzegt om in dienst te treden bij een concurrent, wijst zijn werkgever hem op het nog altijd geldende concurrentiebeding. Daarin staat dat de werknemer tijdens zijn dienstverband en twee jaar na uitdiensttreding geen enkele activiteit mag ontplooien in de brandbeveiligingsbranche.

Bij de kantonrechter

De werknemer vordert in een kort geding een gebod voor de werkgever om te gedogen dat hij aan de slag gaat bij de concurrent, dan wel schorsing of opschorting van het concurrentiebeding tot de bodemrechter erover heeft beslist. De kantonrechter schorst het concurrentiebeding gedeeltelijk. De werknemer mag voor de concurrent werken maar hij mag geen contacten hebben over brandbeveiligingszaken met klanten van de voormalige werkgever.
Tegen dat oordeel gaat het brandbeveiligingsbedrijf in beroep.

Het oordeel

Het hof oordeelt in kort geding hetzelfde als de kantonrechter: het concurrentiebeding blijft voorlopig gedeeltelijk geschorst. In een bodemprocedure kan eventueel nog anders worden beslist.
Het hof is het met de werknemer eens dat zijn functie in de loop van de jaren ingrijpend is gewijzigd, met als gevolg dat het in 1995 opgestelde concurrentiebeding een veel grotere impact heeft gekregen. Het contact dat hij als monteur met klanten had was vooral van technische aard en is nu van commerciële aard geworden. De werknemer is van een lts-functie doorgegroeid naar een hbo-functie. Dat heeft zijn mogelijkheden op de arbeidsmarkt vergroot en daardoor hindert het beding hem in sterkere mate. Het hof denkt dat de werknemer buiten de brandbeveiligingsbranche niet gemakkelijk werk vindt op hbo-niveau.

Gebruikelijk carrièrepad?
Het hof oordeelt dat het voor de werknemer niet te voorzien was dat zijn carrière zo’ n hoge vlucht zou nemen. Als een dergelijke carrière wel gebruikelijk is in de branche, zoals de werkgever aanvoert, dan had de werkgever daarop moeten inspelen en het concurrentiebeding anders moeten formuleren. De stelling van de werkgever dat het beding opnieuw zou zijn overeengekomen, wijst het hof van de hand. De betreffende brief aan de werknemer is te vaag en voldoet niet aan de schriftelijkheidsvereisten voor een rechtsgeldig concurrentiebeding.
Het hof schorst het beding niet helemaal, omdat ook de werkgever belangen heeft bij de handhaving van het beding.
De ex-werkgever moet de werknemer wel een lijst met de ruim 20.000 klanten verstrekken zodat de werknemer niet steeds bij zijn oude werkgever hoeft te verifiëren of hij een verboden zakelijk contact benadert.

LJN BX0494
Gerechtshof Arnhem
Concurrentiebeding
Hoger beroep in kort geding
5 juni 2012

Door mr. Ingrid Kooijman »

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.