Collega’s en school aansprakelijk na valse beschuldiging

0

Een lerares wordt vals beschuldigd van seksueel misbruik. De school is aansprakelijk voor de schade die de lerares daardoor lijdt omdat de school in de behandeling van de klacht niet als goed werkgeefster heeft gehandeld.

Ook een aantal collega’s zijn aansprakelijk voor de schade door de valse beschuldiging.

De situatie

Een lerares maakt eind 2004 melding van een vermoeden van seksueel misbruik van een leerlinge door haar ouders. In april 2007 beschuldigt de leerlinge tegenover de zorgcoördinator van de school de lerares van seksueel misbruik. De zorgcoördinator overlegt vervolgens met een kinderpsycholoog, de sectordirecteur en een vertrouwenspersoon. In januari 2008 overlegt hij ook met de zedenpolitie. Naar aanleiding van een nieuwe melding van de leerlinge bezoekt de zorgcoördinator samen met de leerlinge een huisarts en wordt de rector op de hoogte gebracht. In maart 2008 informeren de zorgcoördinator en de vertrouwenspersoon de ouders. De werkneemster om wie het gaat weet nog altijd van niets.
In januari 2009 doen de ouders van de leerlinge een melding aan de Inspectie voor het voortgezet onderwijs. Dan hoort het College van Bestuur van de school voor het eerst van de zaak en krijgt ook de werkneemster te horen wat er speelt.
In april en mei 2009 wordt in opdracht van de school een onderzoek gedaan door een extern bureau. Naar aanleiding van dat onderzoek wordt de klacht tegen de werkneemster ongegrond verklaard. De werkgeefster biedt haar excuses aan de werkneemster aan en stuurt alle collega’s een brief dat de klacht ongegrond is verklaard. Maar de werkneemster wordt niet gerehabiliteerd.

De vordering

De werkneemster vordert onder meer € 250.000,- aan immateriële schadevergoeding. Daarnaast wil zij de kosten van rechtsbijstand en de overige kosten verhalen op de werkgeefster. Als gevolg van de handelswijze van de genoemde collega’s, het haar niet op de hoogte brengen en houden van wat er zich rond haar persoon afspeelde en het feit dat de werkgeefster haar niet wil rehabiliteren, is ze  arbeidsongeschikt geraakt, is zij haar goede naam aangetast en heeft zij psychisch geleden.

Het oordeel

De kantonrechter oordeelt dat de werkgeefster en de gedagvaarde collega’s onrechtmatig jegens de werkneemster hebben gehandeld.
De collega’s hebben hun meldplicht uit artikel 3 Wet op het voortgezet onderwijs geschonden omdat zij het bevoegde gezag niet hebben ingelicht over het vermeende misbruik. Zij zijn zelf 2 jaar met de zaak blijven rondlopen en hebben de klacht stilgehouden voor de werkneemster. Dat is onzorgvuldig, aldus de kantonrechter. De werkgeefster is aansprakelijk voor de fouten van de werknemers (art. 6:170 BW). Als de werkgever en de werknemer beiden aansprakelijk zijn voor de schade, zoals hier het geval is, dat hoeft de werknemer niet bij te dragen in de schadevergoeding (tenzij er sprake is van bewuste roekeloosheid of opzet).
De werkgeefster had als goed werkgever een reconstructie van de feiten moeten maken en de werkneemster volledig op de hoogte moeten stellen.
Na het rapport van het onderzoeksbureau was het aan de werkgeefster om de werkneemster te rehabiliteren maar ook dit is nagelaten. De rechter concludeert dat de werkgeefster zich niet als goed werkgeefster heeft gedragen. Zij heeft meer naar haar eigen belang en naar dat van de leerlinge gehandeld, dan naar het belang van haar werkneemster.
De werkneemster heeft ook publieke excuses gevorderd maar de kantonrechter geeft aan dat het aanbieden van excuses een gemoedstoestand is waar niemand toe veroordeeld kan worden.
De rechter kent een schadevergoeding toe van € 50.000,- voor de geleden immateriële schade en een voorschot van € 25.000,- op de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand.

LJN BN6111
Kantonrechter Leeuwarden
Schadevergoeding na onrechtmatig handelen
Eerste aanleg
18 augustus 2010

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.