Bedrijfseconomische noodzaak afvloeien tien werknemers niet aangetoond

0

De kantonrechter Leeuwarden maakt in deze ontslagzaak korte metten met de door Glashandel Balink aangevoerde bedrijfseconomische noodzaak voor het ontslag van tien werknemers.

De situatie

Glashandel Balink vraagt bij de kantonrechter ontbinding van de arbeidsovereenkomsten van tien werknemers, waaronder  de 49 jaar oude glaszetter in kwestie. Het bedrijf voert aan dat de door de economische crisis het aantal orders snel terugloopt en de vooruitzichten voor de komende jaren  negatief zijn. Ter onderbouwing heeft de werkgever een accountantsrapport aangevoerd en jaarcijfers over 2007 en 2008. De werkgever heeft 60 werknemers, maar geen ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging. Er is wel een gesprek geweest met de vakbonden.

Op dit moment is het erg druk bij de werkgever. Er zijn drie grote orders binnengekomen en er is uitzendpersoneel aangenomen.

Het oordeel

De kantonrechter meent dat de financiële noodzaak of structurele werk- of omzetvermindering niet aannemelijk is gemaakt. De werkgever heeft in 2007 en 2008 winst gemaakt. Over 2009 wordt een verlies verwacht. Een overzicht van omzet, kosten en resultaten per maand over de afgelopen drie jaar is niet overlegd. Het negatieve beeld over 2009 is bovendien vertroebeld door de aanschaf van een dure machine.

Er is geen plan van aanpak waarin de huidige situatie, de gevolgen van de omzetdaling en de manier waarop de werkgever de situatie het hoofd wil bieden wordt beschreven. Daardoor is niet duidelijk hoe de werkgever is gekomen tot de de voorgenomen personeelsreductie van tien medewerkers. De werkgever heeft ook geen overleg gevoerd met een personeelsvertegenwoordiging of een or. De kantonrechter overweegt verder dat er ook geen deugdelijke onderbouwing is van de prognoses voor 2010 en 2011, afgezien van de algemene stelling dat er een economische crisis is die de bouwsector zwaar treft.

De werkgever heeft ook aangegeven dat er geen langlopende orderportefeuille is maar dat orders altijd last minute binnenkomen. Als laatste speelt ook de  huidige piek in het werkaanbod een rol in het eindoordeel van de kantonrechter dat er onvoldoende aanleiding is om de verzoeken toe te wijzen.

Een zustermaatschappij kon de financiële noodzaak voor het laten afvloeien van een aantal medewerkers wel aantonen.

LJN BK 4843
Kantonrechter Leeuwarden
Ontbindingsprocedure art. 7:685 BW
Eerste aanleg
30 november 2009

Door mr. Ingrid Kooijman

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer