‘Afschaffen ambtenarenstatus is slecht idee’

4

Het afschaffen van de speciale ambtenarenstatus is geen slim idee. Ambtenaren hebben juist extra bescherming nodig (ten opzichte van reguliere werknemers) om hun onafhankelijkheid te waarborgen.

Dat zei Frits van der Meer in zijn oratie tot hoogleraar medio februari. Hij bezet de bijzondere leerstoel Comparative Public Sector en Civil Service Reform, ingesteld door de Universiteit Leiden en het CAOP.

Geschiedenis van kritiek

Al vele decennia hebben ambtenaren een sterkere rechtspositie dan reguliere werknemers. Van der Meer zegt daarover: ‘In de jaren vijftig en zestig waren er voor het eerst mensen die beweerden dat we daar wel vanaf konden. Hun argumentatie was dat er weinig verschil was tussen werknemers in publieke en private dienst. Zo zouden verpleegkundigen in een algemeen ziekenhuis geen wezenlijk ander werk doen dan verpleegkundigen in een confessioneel ziekenhuis. Maar als je die redenatie volgt, kom je in 2012 op een heel andere uitkomst uit.’

Voorwaardenscheppende staat

Want volgens Van der Meer leven we momenteel in een voorwaardenscheppende staat: de maatschappij stuurt zichzelf, en de staat zorgt voor de gunstige voorwaarden waaronder dat kan. ‘De overheid heeft veel taken van de oude verzorgingsstaat afgestoten; de voornaamste achtergebleven omvangrijke uitvoeringstaken zijn de klassieke rechtsstaattaken zoals de openbare orde. En daarvoor geldt dat hele argument niet meer, want die taken (waar het mogelijkheid tot afdwingen betreft) wordt, met uitzondering van bijzondere opsporingsambtenaren, niet door anderen (dan de overheid zelf) uitgevoerd.’

Afdwingende macht

Maar waarom is het dan zo belangrijk om die extra rechtsbescherming te hebben? ‘Het unieke van de overheid is dat het een afdwingende macht heeft. De overheid kan dwingende maatregelen nemen, bijvoorbeeld rondom de openbare orde, terwijl private ondernemingen alleen kunnen overleggen. Dat publieke gezag geldt voor het overgrote deel van de overheden, waar het de voorwaardenscheppende activiteiten betreft. Degenen die dat publieke gezag afdwingen, zijn ambtenaren. Daarin zijn ze overigens wel beperkter dan reguliere werknemers, er worden hoge eisen gesteld aan bijvoorbeeld integriteit en onafhankelijkheid.’

Willekeur

Om er nu voor te zorgen dat die ambtenaren geen slachtoffer worden van willekeur van politiek en management, moeten ze extra beschermd worden: ‘Ambtenaren moeten het publieke belang dienen, niet het belang van de individuele politicus. Ze moeten de ruimte hebben om te opereren in het openbaar belang zonder kwetsbaar te zijn voor politici of het ambtelijk management. Wel kan de huidige regeling worden aangepast, waarbij naast de aandacht voor de eerdergenoemde bescherming ook nog meer de nadruk op integriteits- en ethische normen kan worden gelegd.

Voorstanders

Voorstanders van de afschaffing zijn er ook, zoals de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Maar volgens de hoogleraar baseren die zich op een verouderde visie op het overheidsapparaat en op weinig aannemelijke positieve (neven)effecten. ‘De normalisering lijkt wel een geloofsartikel, waarbij de inhoudelijke feiten geen rol meer spelen.’

Tekortkomingen

Het voorwaardenscheppende staatsmodel kent ook tekortkomingen, betoogde de hoogleraar. De bancaire en kredietcrisis heeft deze blootgelegd. Kan de voorwaardenscheppende staat dergelijke crises eigenlijk wel aanpakken? Daarbij spelen internationalisering en globalisering een grote rol: de bestuurlijke structuren lopen achter bij de economische en monetaire ontwikkelingen. Vaak schept Europa de voorwaarden, en heeft de staat weinig speelruimte om maatschappij en burger zo goed en soepel mogelijk te laten functioneren. Daar komt volgens Van der Meer bij dat het maar de vraag is of alle burgers wel zo blij zijn met de voorwaardenscheppende staat. Lang niet iedereen wil of kan zelfredzaam zijn.

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

4 reacties

  1. Met alle respect voor de heer Van Der Meer maar de voorwaardescheppende staat is al lang van het verleden. Wellicht na WO II om Nederland er bovenop te helpen maar na de 60er jaren zien we grote veranderingen waarin de overheid niet meer voor de samenleving werkt maar alles doet om zichzelf in stand te houden. Het huidige begrotingstekort is daar een levensgroot bewijs van. De apparaatskosten en omvang van de overheid behoren tot de grootste ter wereld. De tijd van de dienende ambtenaar waarbij matigheid leidend was is nergens meer te zien helaas. Daarbij kunnen taken veel beter door de markt gedaan worden. De pseudo-markt die nu op verschillende terreinen is gecre?erd (zorg, woningmarkt) zijn de grootste knelpunten van de huidige economie en derhalve kan de status van de ambtenaar zeker wel worden aangepast aan de markt omdat zij al vele jaren een (boven) marktconform salaris krijgen.

  2. Onze hoogleraar zou zich de volgende 2 vragen moeten stellen:

    1. Hoe vaak worden abtenaren ten onrechte ontslagen als gevolg van oneigenlijke politieke druk, terwijl deze ambtenaren gewoon op een integere wijze het democratisch vastgestelde overheidsbeleid uitvoeren?

    2. En hoe vaak blijven ambtenaren ten onrechte op hun plek zitten, terwijl ze onvoldoende functioneren, maar het ambtenarenrecht hen zodanig beschermt dat hun management het niet aandurft om een ontslagprocedure te starten?

    Dat is m.i. de hamvraag. En ik vrees dat de tweede vraag een aanzienlijk hogere urgentie heeft dan de eerste. Daarmee heeft Koser Kaya (D66) (helaas voor deze hoogleraar), het gelijk aan haar zijde met haar jarenlange pleidooi om het ambtenarenrecht af te schaffen..

  3. Het is wel terecht een uitzondering te maken voor defensie, politie, OM en rechterlijke macht, incl. ondersteunend personeel. Door hun bijzondere rol en bevoegdheden in de rechtsstaat. Overigens flauw om wel allerlei plichten te blijven opleggen aan het overheidspersoneel dat zijn ambtelijke status verliest, terwijl zij wel rechten verliezen. Dan zijn rechten en plichten niet meer in balans en dat kan wettelijk niet zomaar. Ook zal de berekende besparing in geld uitblijven, heeft de Rekenkamer al becijferd.

  4. Als voormalig hoofd P&O van een groot ministerie heb ik met de ambtenarenstatus en de rechtspositie veel te maken gehad. Het politieke dossier over de ambtelijke rechtspositie dateert al van de jaren ’70 van de vorige eeuw. Ik ben het volledig eens met de opvattingen van Frits van der Meer. Het wetsvoorstel van mevrouw Koser Kaya is een slecht voorstel en mijn hoop is nu gevestigd op een grondige wetstechnische beoordeling door de Eerste Kamer. Het voorstel zoals dat er nu ligt, rammelt van alle kanten en is onvoldoende doordacht. Veel effecten van dit voorstel zijn buiten beschouwing gebleven en de aanvullende wetswijzigingen zullen niet alleen hoge kosten met zich meebrengen, maar ook veel tijd vergen. Die wijzigingen liggen overigens op het bordje van de Minister van BZK!

    Een ambtenaar die niet goed functioneert kan ook nu makkelijk worden ontslagen, MITS het bevoegd gezag (management) een deugdelijk dossier heeft opgebouwd. In de praktijk ligt het vooral aan falend management dat ontslagprocedures bij de overheid soms lang duren en hoge kosten meebrengen.

    Wat betreft de rechtsbescherming van ambtenaren komt het helaas zeer regelmatig voor dat ambtelijke integriteit en moed om kritisch te zijn ten aanzien van politieke wensen, politieke ambtsdragers niet welgevallig is. Het gaat dan vaak ook om juist goed functionerende ambtenaren.De ambtelijke rechtspositie zorgde er dan voor dat in overleg een passende functie kon worden gezocht ( de eerste die daarmee belast wordt is meestal het Hoofd P&O!) . Een slecht gevolg van het wijzigen van de ambtelijke rechtspositie zou dan zijn dat die mensen nu zouden kunnen worden ontslagen. Een hoge prijs voor integriteit en moed! Willen we alleen maar ja- knikkers?

    Een ander voorbeeld van de ondoordachtheid van het wetsontwerp is dat het geen uitzondering maakt voor en rekening houdt met het uitvoeren van bevoegdheden die aan de Staat zijn voorbehouden. Het gaat daarbij niet alleen om de ‘zwaardmacht’, maar onder meer ook ook om het recht van doorbreken van wetgeving zoals bijvoorbeeld privacywetgeving door opsporingsambtenaren, de belastingdienst, de FIOD, etc.